Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2017:4472 ECLI:NL:GHARL:2017:4472 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:4472 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2017:4472
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

WAHV 200.196.966 29 mei 2017 CJIB 187463089 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2016 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [plaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:4472 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Op 4 mei 2017 is nog een aanvulling op de hoger beroepsgronden ontvangen. Beoordeling 1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 van de WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,- of indien de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard om reden dat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

WAHV 200.196.966 29 mei 2017 CJIB 187463089 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2016 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [plaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Op 4 mei 2017 is nog een aanvulling op de hoger beroepsgronden ontvangen. Beoordeling 1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 van de WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,- of indien de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard om reden dat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.

De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 55,- en het beroep is niet-ontvankelijk verklaard om reden dat geen beroepsgronden zijn ingediend. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Noch de betrokkene, noch de gemachtigde van de appellant hebben enige brief ontvangen om de beroepsgronden aan te vullen. Er is in strijd gehandeld met het bepaalde in art. 6:5 en 6:6 Algemene wet bestuursrecht. De beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd, alsook de beslissing van de officier en de inleidende beschikking, en het hof dient te doen wat de rechtbank had behoren te doen. Daartoe worden gronden aangevoerd.

3. De bezwaren komen er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen. Dit vormt geen reden tot doorbreking van het appelverbod. De omstandigheid dat de aan de betrokkene opgelegde "criminal charge" aldus inhoudelijk niet kan worden getoetst door een rechterlijke instantie doet hieraan niet af. Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geeft daarop, in zaken als deze, geen aanspraak. Gelet hierop dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.