Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2016:8917 ECLI:NL:GHARL:2016:8917 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2016:8917 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2016:8917
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000915-16 Uitspraak d.d.: 10 november 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 10 februari 2016 met parketnummer 05-880566-15 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1972] , thans verblijvende in Vught PPC te Vught. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Legislator headnote

AI generated

artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHARL:2016:8917 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Keywords

AI generated
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering
Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000915-16 Uitspraak d.d.: 10 november 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 10 februari 2016 met parketnummer 05-880566-15 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1972] , thans verblijvende in Vught PPC te Vught. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat: aan verdachte ter zake van de primair impliciet tenlastegelegde doodslag de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege wordt opgelegd; het hof de onttrekking aan het verkeer beveelt van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven, balletjespistool en de teruggave aan de rechthebbende gelast van de overige in beslag genomen, nog niet teruggegeven, goederen en het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toewijst tot een bedrag van € 3.658,57 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.M. Smetsers, naar voren is gebracht. De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Het vonnis waarvan beroep Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep. Aldus gewezen door mr. H.H.M. van Dijk, voorzitter, mr.

R. van den Heuvel en mr. A. van Maanen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier, en op 10 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.