Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2016:6923 ECLI:NL:GHARL:2016:6923 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2016:6923 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2016:6923
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.190.777/01 (zaaknummer rechtbank C/16/385625 / FL RK 15-185) beschikking van de familiekamer van 26 juli 2016 inzake [appellant] , wonende te [A] , appellant, advocaat: mr. E.I. Robert te Utrecht, en [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde, advocaat: mr. A.G. Ouwejan te Breukelen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 282a lid 2 Rv, artikel 282a lid 4 Rv; ECLI:NL:GHARL:2016:6923 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: E.I. Robert geen schrijven ontvangen. 3.5 Mr. A.G. Ouwejan heeft bij journaalbericht van 23 juni 2016 aangegeven dat geïntimeerde geen incidenteel appel wenst in te stellen. 3.6 In verband met recent doorgevoerde nieuwe landelijke beleidslijnen blijft, met toepassing van artikel 282a lid 4 Rv., niet-ontvankelijkverklaring van een appellant wegens te late betaling van het griffierecht achterwege wanneer het griffierecht binnen twee weken na het verstrijken van de wettelijke termijn alsnog is voldaan. Aangezien het griffierecht in deze zaak door appellant alsnog op 7 juni 2016 is voldaan zal het hof niet-ontvankelijkverklaring van appellant in diens hoger beroep achterwege laten.

Keywords

AI generated
artikel 282a lid 2 Rv artikel 282a lid 4 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 282a lid 2 Rv
Ingevolge artikel 282a lid 2 Rv.
artikel 282a lid 4 Rv
dient dit verzuim tot niet-ontvankelijkverklaring van appellant in zijn hoger beroep te leiden, tenzij toepassing moet worden gegeven aan artikel 282a lid 4 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.190.777/01 (zaaknummer rechtbank C/16/385625 / FL RK 15-185) beschikking van de familiekamer van 26 juli 2016 inzake [appellant] , wonende te [A] , appellant, advocaat: mr. E.I. Robert te Utrecht, en [geïntimeerde] , wonende te [B] , geïntimeerde, advocaat: mr. A.G. Ouwejan te Breukelen.

1Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 8 februari 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift, ingekomen ter griffie te Arnhem op 8 mei 2016; - een journaalbericht van mr. A.G. Ouwejan van 23 juni 2016. 3De motivering van de beslissing 3.1 Het hof stelt vast dat appellant het door hem verschuldigde griffierecht niet binnen de betalingstermijn van vier weken na indiening van het beroepschrift heeft betaald. Ingevolge artikel 282a lid 2 Rv. dient dit verzuim tot niet-ontvankelijkverklaring van appellant in zijn hoger beroep te leiden, tenzij toepassing moet worden gegeven aan artikel 282a lid 4 Rv. 3.2 Bij brief van 9 juni 2016 heeft het hof aan appellant een termijn gegeven om zich uit te laten over de ontvankelijkheid. 3.3 Eveneens bij brief van 9 juni heeft het hof aan geïntimeerde een termijn gegeven om aan te geven of geïntimeerde incidenteel appel wenst in te stellen. 3.4 Het hof heeft van mr.

E.I. Robert geen schrijven ontvangen. 3.5 Mr. A.G. Ouwejan heeft bij journaalbericht van 23 juni 2016 aangegeven dat geïntimeerde geen incidenteel appel wenst in te stellen. 3.6 In verband met recent doorgevoerde nieuwe landelijke beleidslijnen blijft, met toepassing van artikel 282a lid 4 Rv., niet-ontvankelijkverklaring van een appellant wegens te late betaling van het griffierecht achterwege wanneer het griffierecht binnen twee weken na het verstrijken van de wettelijke termijn alsnog is voldaan. Aangezien het griffierecht in deze zaak door appellant alsnog op 7 juni 2016 is voldaan zal het hof niet-ontvankelijkverklaring van appellant in diens hoger beroep achterwege laten.

Aan geïntimeerde zal een termijn voor het indienen van een verweerschrift worden verleend.

4De beslissing

Het gerechtshof: verleent aan geïntimeerde een termijn voor het indienen van een verweerschrift tot 6 september 2016; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, mr. J.G. Idsardi en mr. I.A. Vermeulen, bijgestaan door de griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2016.