Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2016:6177 ECLI:NL:GHARL:2016:6177 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2016:6177 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2016:6177
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005265-15 Uitspraak d.d.: 28 juli 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 10 september 2015 met parketnummer 18-830368-14 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats] Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Legislator headnote

AI generated

artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHARL:2016:6177 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 245 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bijkomende straf, inhoudende dat veroordeelde gedurende vijf jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen en doet in zoverre opnieuw recht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep - zoals hiervoor overwogen - voor het overige.

Keywords

AI generated
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering
Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005265-15 Uitspraak d.d.: 28 juli 2016 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 10 september 2015 met parketnummer 18-830368-14 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats] Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling ter zake het primair aan verdachte tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren en met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact, een ambulante behandeling bij AFP Noord en een ambulante behandeling bij Verslavingszorg Noord Nederland. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 5689,--, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerderd met de wettelijke rente.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. G.W. van der Zee, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren. Aan de voorwaardelijke straf heeft de rechtbank de bijzondere voorwaarden gekoppeld van - samengevat - reclasseringstoezicht, behandeling in verband met het seksuele delict bij de ambulante Forensische Psychiatrie Noord of soortgelijke ambulante forensische instelling en behandeling voor de alcoholproblematiek bij Verslavingszorg Noord Nederland of soortgelijke instelling.

Daarnaast heeft de rechtbank bepaalt dat verdachte gedurende 5 jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot het bedrag van € 2.560,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2013 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij is afgewezen. Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist.

Daarom dient het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden, de opgelegde straf en de beslissing ten aanzien van de benadeelde partij te worden bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde bijkomende straf, inhoudende dat veroordeelde gedurende vijf jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen. Deze bijkomende straf zal het hof niet aan verdachte opleggen. Gezien het vorenstaande zal het vonnis waarvan beroep op dat onderdeel worden vernietigd en zal in zoverre opnieuw worden rechtgedaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 245 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bijkomende straf, inhoudende dat veroordeelde gedurende vijf jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen en doet in zoverre opnieuw recht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep - zoals hiervoor overwogen - voor het overige.

Aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en mr. A. van Holten, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier, en op 28 juli 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. A. van Holten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.