Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2016:3591 ECLI:NL:GHARL:2016:3591 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2016:3591 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2016:3591
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

WAHV-nummers 200.175.877, 200.175.879 en 200.175.880 9 mei 2016 CJIB-nummers 177365131, 177519775 en 177369742 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Herstelarrest op de hoger beroepen tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 16 juli 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. F.J.M. Kobossen, kantoorhoudende te Apeldoorn. Het arrest van het hof Bij arrest van het hof van 23 februari 2016 zijn de hoger beroepen van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is aangehecht en maakt deel uit van dit arrest. Beoordeling 1. Naar aanleiding van de ontvangst van voornoemd arrest van het hof heeft de gemachtigde bij brieven van 24 februari 2016 en 7 maart 2016 aan het hof verzocht dat arrest terug te nemen, omdat de brieven van 7 januari 2016, waarbij de griffier van het hof de gemachtigde in de gelegenheid heeft gesteld binnen vier weken na de dagtekening van die brief de gronden van het beroep op te geven, nimmer door de gemachtigde zijn ontvangen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHARL:2016:3591 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: In de dossiers bevinden zich correct geadresseerde en aan de gemachtigde gerichte afschriften van een brief gedateerd 7 januari 2016 van de griffier van het hof, waarin de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om het verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen. Nu de gemachtigde aanvoert dat hij voornoemde brieven niet heeft ontvangen en voornoemde brieven niet aangetekend zijn verzonden, kan het hof - mede in het licht van het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie - niet vaststellen dat de brieven daadwerkelijk zijn verzonden naar de gemachtigde. Het hof moet er daarom vanuit gaan dat de brieven van 7 januari 2016 niet naar de gemachtigde zijn verzonden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

WAHV-nummers 200.175.877, 200.175.879 en 200.175.880 9 mei 2016 CJIB-nummers 177365131, 177519775 en 177369742 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Herstelarrest op de hoger beroepen tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 16 juli 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. F.J.M. Kobossen, kantoorhoudende te Apeldoorn. Het arrest van het hof Bij arrest van het hof van 23 februari 2016 zijn de hoger beroepen van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is aangehecht en maakt deel uit van dit arrest. Beoordeling 1. Naar aanleiding van de ontvangst van voornoemd arrest van het hof heeft de gemachtigde bij brieven van 24 februari 2016 en 7 maart 2016 aan het hof verzocht dat arrest terug te nemen, omdat de brieven van 7 januari 2016, waarbij de griffier van het hof de gemachtigde in de gelegenheid heeft gesteld binnen vier weken na de dagtekening van die brief de gronden van het beroep op te geven, nimmer door de gemachtigde zijn ontvangen.

2. In de dossiers bevinden zich correct geadresseerde en aan de gemachtigde gerichte afschriften van een brief gedateerd 7 januari 2016 van de griffier van het hof, waarin de gemachtigde van de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld om het verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen. Nu de gemachtigde aanvoert dat hij voornoemde brieven niet heeft ontvangen en voornoemde brieven niet aangetekend zijn verzonden, kan het hof - mede in het licht van het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie - niet vaststellen dat de brieven daadwerkelijk zijn verzonden naar de gemachtigde. Het hof moet er daarom vanuit gaan dat de brieven van 7 januari 2016 niet naar de gemachtigde zijn verzonden.

3. Gelet hierop kan het arrest van het hof van 23 februari 2016 niet in stand blijven. Het hof zal daarom het arrest vervallen verklaren en de griffier van het hof opdracht geven de gemachtigde bij aangetekende brief in de gelegenheid te stellen het verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het arrest van het hof van 23 februari 2016 vervallen; geeft de griffier opdracht als hiervoor vermeld. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.