ECLI:NL:GHARL:2016:1632 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Legislator summary
AI generatedWAHV 200.151.806 2 maart 2016 CJIB 170206355 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Tussenarrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 februari 2014 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] , kantoorhoudende te [plaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene wegens het niet tijdig nemen van een besluit ongegrond verklaard en het verzoek tot het vaststellen van een dwangsom afgewezen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHARL:2016:1632 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling 1. Bij brief d.d. 1 oktober 2013 heeft de gemachtigde namens de betrokkene een aan de kantonrechter gericht beroepschrift ingediend - kort gezegd – inhoudende dat de officier van justitie ten onrechte niet tijdig op het administratief beroepschrift heeft beslist. De officier van justitie heeft een beslissing op het beroep gegeven voordat de kantonrechter op het beroep heeft beslist. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:20, derde lid Awb wordt het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede geacht te zijn gericht tegen de beslissing van de officier van justitie.
Full text
WAHV 200.151.806 2 maart 2016 CJIB 170206355 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Tussenarrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 februari 2014 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] , kantoorhoudende te [plaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene wegens het niet tijdig nemen van een besluit ongegrond verklaard en het verzoek tot het vaststellen van een dwangsom afgewezen.
Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene om de officier van justitie op te dragen te beslissing op het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling 1. Bij brief d.d. 1 oktober 2013 heeft de gemachtigde namens de betrokkene een aan de kantonrechter gericht beroepschrift ingediend - kort gezegd – inhoudende dat de officier van justitie ten onrechte niet tijdig op het administratief beroepschrift heeft beslist. De officier van justitie heeft een beslissing op het beroep gegeven voordat de kantonrechter op het beroep heeft beslist. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:20, derde lid Awb wordt het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede geacht te zijn gericht tegen de beslissing van de officier van justitie.
2. Uit de beslissing van de kantonrechter blijkt niet dat hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 6:20, derde lid Awb het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie heeft behandeld. Het hof zal daarom de gemachtigde van de betrokkene alsnog in de gelegenheid stellen om de gronden van het beroep in te dienen, alvorens op het beroep te beslissen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Beslissing Het gerechtshof: bepaalt dat de gemachtigde van de betrokkene in gelegenheid wordt gesteld om binnen vier weken na dagtekening van dit arrest de gronden van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in te dienen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Dörholt als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.