Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2016:1225 ECLI:NL:GHARL:2016:1225 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2016:1225 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2016:1225
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

WAHV 200.154.286 17 februari 2016 CJIB 154923476 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 6 januari 2014 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. G.A. van der Veen, advocaat te Rotterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft naar aanleiding van het verzoekschrift van de betrokkene, ingediend op d.d. 6 augustus 2013, bepaald dat de officier van justitie binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog dient te beslissen op de door de betrokkene ingediende aanvraag op straffe van een dwangsom, de hoogte van de door de officier van justitie verbeurde dwangsom vastgesteld op € 1.260,- en bepaald dat de officier van justitie wordt veroordeeld in de proceskosten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:17 van de Awb; ECLI:NL:GHARL:2016:1225 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Het hof verwerpt dit standpunt van de gemachtigde. Het hof heeft bij arrest van 3 april 2013 (gepubliceerd op rechtspraak.nl, onder ECLI:NL:GHARL:2013:2333) bepaald dat, gelet op artikel 4:19, eerste lid, van de Awb, het hoger beroep in voorkomende gevallen ook betrekking kan hebben op geschillen met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de dwangsom ingeval van niet-tijdig beslissen op een administratief beroep of op een verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding. De mogelijkheid voor het hof om van een dergelijk geschil kennis te nemen is, gelet op de tekst van artikel 14, eerste lid, van de WAHV beperkt tot die zaken waarin de opgelegde sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan € 70,-.

Keywords

AI generated
artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4:17 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom verbeuren als het niet tijdig een beschikking op aanvraag geeft.
artikel 4:17 van de Awb
Omdat dit verzoek geen aanvraag behelst in de zin van artikel 4:17 van de Awb, stond geen beroep open tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHARL:2015:2162
WAHV 200.139.354 24 maart 2015 CJIB 165632314 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 5 december 2013 betreffende [naam] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [plaats], voor wie als gemachtigde optreedt [naam], wonende te[plaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) namens de officier van justitie ongegrond verklaard.
ECLI:NL:GHARL:2013:2333
WAHV 200.111.879 3 april 2013 CJIB 137892623 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 juni 2012 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene (genoemd: eiser) tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage (genoemd: verweerder) gegrond verklaard, bepaald dat verweerder aan eiser een dwangsom heeft verbeurd van € 740,- en heeft het meer of anders gevorderde afgewezen.
ECLI:NL:GHARL:2015:3333
WAHV zie bijlage 30 april 2015 CJIB zie bijlage Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 30 december 2013 betreffende [naam] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [plaats] , voor welke als gemachtigde optreedt mr. [naam] , kantoorhoudende te [plaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen het niet tijdig nemen van besluiten door de officier van justitie ongegrond verklaard en geoordeeld dat de officier van justitie geen dwangsommen aan de betrokkene heeft verbeurd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

WAHV 200.154.286 17 februari 2016 CJIB 154923476 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden locatie Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 6 januari 2014 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. G.A. van der Veen, advocaat te Rotterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft naar aanleiding van het verzoekschrift van de betrokkene, ingediend op d.d. 6 augustus 2013, bepaald dat de officier van justitie binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog dient te beslissen op de door de betrokkene ingediende aanvraag op straffe van een dwangsom, de hoogte van de door de officier van justitie verbeurde dwangsom vastgesteld op € 1.260,- en bepaald dat de officier van justitie wordt veroordeeld in de proceskosten.

Het procesverloop De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting en om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld ter zitting van 3 februari 2016. Namens de betrokkene is verschenen mr. M.M. de Vries, kantoorgenoot van voornoemde gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr.

H. de Ruijter. Na de zitting is de zaak verwezen naar de meervoudige kamer. Beoordeling 1. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende. Aan de betrokkene is bij beschikking van 29 augustus 2011 op grond van de WAHV een administratieve sanctie ter hoogte van € 180,- opgelegd. Tegen deze beschikking is administratief beroep ingesteld. Bij beslissing van 9 april 2012 heeft de officier van justitie dit beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is door de betrokkene beroep aangetekend bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft dit beroep inmiddels ongegrond verklaard.

2. Voorts blijkt uit de stukken van het dossier het volgende. Bij brief van 12 februari 2013 heeft de betrokkene de CVOM medegedeeld dat het beroepschrift niet tijdig is doorgezonden naar de rechtbank en de CVOM daarom verzocht de inleidende beschikking te vernietigen op grond van een ontoelaatbare termijnoverschrijding. Bij brieven van 10 april 2013 heeft de betrokkene vastgesteld dat de CVOM nog geen besluit heeft genomen op zijn aanvraag terwijl de wettelijke beslistermijn is verstreken. Hij heeft de CVOM verzocht binnen twee weken het gevraagde besluit te nemen bij gebreke waarvan hij gebruik zal maken van de rechtsbescherming die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt.

3. Bij brief van 3 augustus 2013, ingekomen op 6 augustus 2013, heeft de betrokkene de kantonrechter verzocht te bepalen dat de minister van Veiligheid en Justitie op straffe van een dwangsom alsnog een besluit neemt, de hoogte te bepalen van de reeds verbeurde dwangsommen en een proceskostenvergoeding toe te kennen. Bij beslissing van 6 januari 2014, waarvan thans beroep, heeft de kantonrechter dit verzoek toegewezen en beslist zoals hiervoor is vermeld.

4. De officier van justitie heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld. Hiertoe is aangevoerd dat geen sprake is van een beschikking op aanvraag, zodat van het verbeuren van dwangsommen geen sprake kan zijn. Ter zitting van het hof is verzocht de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

5. De gemachtigde van de betrokkene heeft zich ter zitting van het hof primair op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep, omdat de beslissing van de kantonrechter als een nevenbeslissing moet aangemerkt en als zodanig niet vatbaar is voor hoger beroep. De gemachtigde verwijst daarbij naar het arrest van het hof d.d. 24 maart 2015, dat is gepubliceerd op rechtspraak.nl. onder -naar het hof begrijpt- ECLI:NL:GHARL:2015:2162).

6. Het hof verwerpt dit standpunt van de gemachtigde. Het hof heeft bij arrest van 3 april 2013 (gepubliceerd op rechtspraak.nl, onder ECLI:NL:GHARL:2013:2333) bepaald dat, gelet op artikel 4:19, eerste lid, van de Awb, het hoger beroep in voorkomende gevallen ook betrekking kan hebben op geschillen met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de dwangsom ingeval van niet-tijdig beslissen op een administratief beroep of op een verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding. De mogelijkheid voor het hof om van een dergelijk geschil kennis te nemen is, gelet op de tekst van artikel 14, eerste lid, van de WAHV beperkt tot die zaken waarin de opgelegde sanctie na de beslissing van de kantonrechter meer bedraagt dan € 70,-.

Dat is hier het geval. Daarbij merkt het hof op dat de omstandigheid dat de sanctie -in de onderhavige procedure- geen onderwerp van geschil is geweest bij de kantonrechter, hier niet aan af doet. Artikel 14, eerste lid, van de WAHV stelt die eis niet. In het bijzonder kan dit niet worden afgeleid uit de zinsnede" tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer dan € 70,- bedraagt," aangezien het niet de kantonrechter is die een administratieve sanctie oplegt (vgl. het arrest van het hof van 30 april 2015, gepubliceerd op rechtspraak.nl, onder ECLI:NL:GHARL:2015:3333).

Het door de gemachtigde genoemde arrest betrof een situatie waarin, doordat de kantonrechter daaromtrent nog niet had beslist, niet vaststond dat sprake was van een sanctie die meer bedroeg dan € 70,-.

7. Ingevolge artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom verbeuren als het niet tijdig een beschikking op aanvraag geeft. In dit verband is eerst de vraag aan de orde of de betrokkene een aanvraag in vorenbedoelde zin heeft ingediend. In zijn brief van 12 februari 2013 stelt de betrokkene dat zijn beroepschrift niet tijdig is doorgezonden naar de rechtbank en dat hij daarom vraagt om vernietiging van de beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd. Hiernaast heeft de betrokkene gebruik gemaakt van de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de kantonrechter als bedoeld in artikel 9 van de WAHV. Het verzoek van de betrokkene van 12 februari 2013 heeft geen wettelijke grondslag en kan daarom niet worden aangemerkt als een aanvraag in vorenbedoelde zin. Nu er geen sprake was van het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, kon het bestuursorgaan evenmin dwangsommen verbeuren.

8. Het verzoekschrift van de betrokkene, zoals bij brief van 3 augustus 2013 ingediend bij de kantonrechter, ontbeert eveneens een wettelijke grondslag. Aan het verzoekschrift heeft de betrokkene ten grondslag gelegd dat niet tijdig beslist is op zijn verzoek van 12 februari 2013. Omdat dit verzoek geen aanvraag behelst in de zin van artikel 4:17 van de Awb, stond geen beroep open tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek. Daarom zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het verzoekschrift alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, ziet het hof geen aanleiding tot vergoeding van zijn proceskosten. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het verzoekschrift van 3 augustus 2013 niet-ontvankelijk; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Beswerda en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.