Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHAMS:2013:1908 ECLI:NL:GHAMS:2013:1908 AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2013:1908 · Gerechtshof Amsterdam

Case Number ECLI:NL:GHAMS:2013:1908
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing _______________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel en belastingrecht zaaknummer : 200.115.667/01 NOT zaaknummer eerste aanleg : 20121003 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 25 juni 2013 inzake: [klager], wonende te [woonplaats], appellant, t e g e n [de notaris], notaris te [woonplaats], geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 25 oktober 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Zwolle-Lelystad, verder de kamer, van 17 september 2012, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond is verklaard. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2013:1908 · Gerechtshof Amsterdam: Van de zijde van de notaris is geen verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.. 1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 31 januari 2013. Klager is - zonder opgaaf van redenen - niet verschenen. De notaris heeft vooraf te kennen gegeven niet te zullen verschijnen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing _______________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel en belastingrecht zaaknummer : 200.115.667/01 NOT zaaknummer eerste aanleg : 20121003 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 25 juni 2013 inzake: [klager], wonende te [woonplaats], appellant, t e g e n [de notaris], notaris te [woonplaats], geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 25 oktober 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Zwolle-Lelystad, verder de kamer, van 17 september 2012, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond is verklaard. 1.2.

Van de zijde van de notaris is geen verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.. 1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 31 januari 2013. Klager is - zonder opgaaf van redenen - niet verschenen. De notaris heeft vooraf te kennen gegeven niet te zullen verschijnen.

2De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De ontvankelijkheid van het hoger beroep3.1. Op grond van artikel 99 lid 6 van de Wet op het notarisambt (geldend tot 1 januari 2013) kon klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter verzet doen bij de kamer. Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer geen ander rechtsmiddel open dan verzet. Indien klager, zoals hij heeft aangevoerd, uit een brief van het secretariaat van de kamer heeft afgeleid dat zijn klacht in een zitting van de kamer behandeld zou worden, doet dat - nog los van de vraag of hij dat redelijkerwijs uit die brief mocht afleiden - aan het voorgaande niet af. Dit leidt ertoe dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep. 3.2. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4De beslissing

Het hof: - verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, G.C.C. Lewin en A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 juni 2013 door de rolraadsheer.