Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8433 ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8433 AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8433 · Gerechtshof Amsterdam

Case Number ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8433
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in hoger beroep De partijen worden hierna respectievelijk [afnemer], [echtgenote] en Dexia genoemd. 1.1 Het hof heeft in deze zaak op 9 november 2010 een tussenarrest gewezen waarnaar wordt verwezen voor het verloop van het geding tot aan dat arrest en waarbij wordt volhard. 1.2 Het hof heeft vervolgens op verzoek van [afnemer] en [echtgenote] getuigen gehoord waarvan proces-verbaal is opgemaakt dat zich in afschrift bij de stukken bevindt. 1.3 Vervolgens hebben beide partijen nog een akte genomen. 1.4 Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8433 · Gerechtshof Amsterdam: 26 april 2011 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: 1. [APPELLANT SUB 1], 2. [APPELLANTE SUB 2], beiden wonende te [woonplaats] APPELLANTEN in het principaal appel, GEÏNTIMEERDEN in het incidenteel appel, advocaat: mr. M.A. Hupkes, te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEXIA BANK NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, GEÏNTIMEERDE in het principaal appel, APPELLANTE in het incidenteel appel, advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw, te Amsterdam.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26 april 2011 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: 1. [APPELLANT SUB 1], 2. [APPELLANTE SUB 2], beiden wonende te [woonplaats] APPELLANTEN in het principaal appel, GEÏNTIMEERDEN in het incidenteel appel, advocaat: mr. M.A. Hupkes, te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEXIA BANK NEDERLAND B.V., gevestigd te Amsterdam, GEÏNTIMEERDE in het principaal appel, APPELLANTE in het incidenteel appel, advocaat: mr. F.R.H. van der Leeuw, te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep De partijen worden hierna respectievelijk [afnemer], [echtgenote] en Dexia genoemd. 1.1 Het hof heeft in deze zaak op 9 november 2010 een tussenarrest gewezen waarnaar wordt verwezen voor het verloop van het geding tot aan dat arrest en waarbij wordt volhard. 1.2 Het hof heeft vervolgens op verzoek van [afnemer] en [echtgenote] getuigen gehoord waarvan proces-verbaal is opgemaakt dat zich in afschrift bij de stukken bevindt. 1.3 Vervolgens hebben beide partijen nog een akte genomen. 1.4 Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

2. Beoordeling In het principaal en incidenteel appel Het hof acht zich nog onvoldoende ingelicht om een beslissing in dezen te kunnen nemen. Derhalve wordt een comparitie van partijen gelast teneinde de gewenste informatie alsnog te verkrijgen.

3. Beslissing Het hof: In het principaal en incidenteel appel gelast partijen (beide appellanten in persoon, partij Dexia deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die bevoegd is haar te vertegenwoordigen en van de zaak op de hoogte is), vergezeld van hun raadslieden, tot het hiervoor omschreven doel te verschijnen ten overstaan van mr. A.D.R.M. Boumans, daartoe als raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, Prinsengracht 436 te Amsterdam; verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 24 mei 2011 ten einde partijen in de gelegenheid te stellen hun verhinderdata op te geven in de maanden juni, juli, augustus en september 2011; verzoekt partijen, voor zover zij zich ter comparitie willen bedienen van (nog niet in deze procedure overgelegde) schriftelijke stukken, deze uiterlijk veertien dagen voor de comparitiedatum toe te zenden aan genoemde raadsheer-commissaris, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan de wederpartij; houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans, W.H.F.M. Cortenraad en M.P. van Achterberg en is in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 26 april 2011.