Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520 ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520 AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520 · Gerechtshof Amsterdam

Case Number ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Sector strafrecht Parketnummer: 21-003423-09 Uitspraak d.d.: 17 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de economische kamer gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Utrecht van 1 september 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [postcode en woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 juni 2010 en 17 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Legislator headnote

AI generated

artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520 · Gerechtshof Amsterdam: Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 juni 2010 en 17 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Keywords

AI generated
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering
Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 juni 2010 en 17 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Sector strafrecht Parketnummer: 21-003423-09 Uitspraak d.d.: 17 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de economische kamer gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Utrecht van 1 september 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [postcode en woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 juni 2010 en 17 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr B. Leemhuis, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: Feit 1 hij op of omstreeks 31 december 2007 te Amersfoort, althans in Nederland, opzettelijk, consumentenvuurwerk, te weten a) 5000, althans één of meer, strijker(s) en/of b) 3, althans één of meer, flowerbed(s) met een bruto gewicht van respectievelijk ca. 17 kg, 25 kg en 25 kg en/of c) 4000, althans één of meer, Coloured Flowers (type AB 21) voorhanden heeft gehad ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde regels, immers - was/waren vorenvermelde strijker(s) in strijd met artikel 5 lid 4 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 voorzien van een wrijvingsontsteker en/of - bedroeg het brutogewicht van vorenvermeld(e) flowerbed(s) in strijd met artikel 6, lid 5, van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 meer dan 10 kg, en/of - had(den) vorenvermelde Coloured Flower(s) (type AB 21), zijnde vuurwerk vallend onder categorie A1 van bijlage III van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004, een lading welke niet uitsluitend zwart buskruit bevatte en/of was dit vuurwerk niet voorzien van een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan;

Feit 2 hij op of omstreeks 31 december 2007 te Amersfoort, althans in Nederland, opzettelijk, ongeveer 122 kg, althans meer dan 10 kg, vuurwerk buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 2.2.2 of 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, voorhanden heeft gehad. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, nu degene die in het proces-verbaal van de opsporingsdienst als verdachte is aangemerkt en gehoord niet de verdachte is die voor het hof terechtstaat.

De verdachte die voor het hof terechtstaat, is de zoon (met dezelfde voornaam) als de in het proces-verbaal aangemerkte verdachte. Derhalve behoort de voor het hof terechtstaande verdachte te worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Aldus gewezen door mr J.A.W. Lensing, voorzitter, mr R. de Groot en mr P.H.A.J. Cremers, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof, griffier, en op 17 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.