Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060 ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060 AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060 · Gerechtshof Amsterdam

Case Number ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De procedure Bij op 7 januari 2011 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met producties, zijn verzoekers in verzet gekomen tegen de hierna te noemen beslissing van de griffier van dit hof van 24 december 2010. Het hof heeft beschikking bepaald op heden. Bestreden beslissing Bij nota van 24 december 2010 heeft de griffier van dit hof in de zaak met zaaknummer 200.077.446/01 een bedrag van € 280,- aan griffierecht in rekening gebracht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060 · Gerechtshof Amsterdam: GERECHTSHOF AMSTERDAM ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER BESCHIKKING op het verzet op grond van artikel 29 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) van: 1. [ Verzoeker ], wonende te [ A ], 2. mr. K.S. LOILARGOSAIN, advocaat te Den Haag, verzoekers.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF AMSTERDAM ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER BESCHIKKING op het verzet op grond van artikel 29 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) van: 1. [ Verzoeker ], wonende te [ A ], 2. mr. K.S. LOILARGOSAIN, advocaat te Den Haag, verzoekers.

1. De procedure Bij op 7 januari 2011 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met producties, zijn verzoekers in verzet gekomen tegen de hierna te noemen beslissing van de griffier van dit hof van 24 december 2010. Het hof heeft beschikking bepaald op heden.

2. Bestreden beslissing Bij nota van 24 december 2010 heeft de griffier van dit hof in de zaak met zaaknummer 200.077.446/01 een bedrag van € 280,- aan griffierecht in rekening gebracht.

3. Verzoek Verzoekers maken bezwaar tegen het in rekening brengen van griffierecht. Daarbij stellen verzoekers dat zij weliswaar hoger beroep hebben ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector civiel recht, van 16 november 2010, maar dat zij dit hoger beroep op 3 december 2010, voor de behandeling ter terechtzitting, hebben ingetrokken. Het hof was hiermee bekend, gezien ook het arrest van het hof van 10 december 2010. Verzoekers zijn van mening dat zij geen griffierecht verschuldigd zijn.

4. Beoordeling 4.1. Ingevolge artikel 29 lid 1 Wgbz kan degene die griffierechten en verschotten heeft betaald gedurende een maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht of de verschotten bij verzoekschrift in verzet komen bij het gerecht waaraan het griffierecht of de voorschotten werden betaald. 4.2. Uit het procesdossier blijkt niet dat verzoekers het griffierecht hebben betaald en ook hebben verzoekers dit niet gesteld noch aangetoond. 4.3. De conclusie is dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun verzet. 4.4. Ten overvloede overweegt het hof dat ingevolge artikel 3 lid 2 Wgbz het griffierecht verschuldigd wordt bij de indiening van een verzoekschrift. Verzoekers hebben bij verzoekschrift beroep ingesteld. Daarmee zijn zij het griffierecht verschuldigd geworden, ongeacht of het beroep ontvankelijk is en/of later is ingetrokken. 4.5. Dit alles leidt tot de volgende beslissing.

5. Beslissing Het hof verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzet. Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J.J. Los, W.J. van den Bergh en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 maart 2011.