Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHAMS:2011:164 ECLI:NL:GHAMS:2011:164 AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:164 · Gerechtshof Amsterdam

Case Number ECLI:NL:GHAMS:2011:164
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

parketnummer: 23-001798-10 datum uitspraak: 21 januari 2011 TEGENSPRAAK ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 april 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-650485-10 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans uit anderen hoofde gedetineerd in D.C.Z. Vreemdelingen te Soesterberg. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 april 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2011.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHAMS:2011:164 · Gerechtshof Amsterdam: Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de zich in het dossier bevindende Pro Justitia rapporten van oordeel dat de verdachte aan een zodanige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Op grond van het vorenstaande dient de vervolging te worden geschorst. Beslissing Het hof: Schorst de vervolging van de verdachte op grond van het in artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, met ingang van 21 januari 2011.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

parketnummer: 23-001798-10 datum uitspraak: 21 januari 2011 TEGENSPRAAK ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 april 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-650485-10 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans uit anderen hoofde gedetineerd in D.C.Z. Vreemdelingen te Soesterberg. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 april 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 21 januari 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de zich in het dossier bevindende Pro Justitia rapporten van oordeel dat de verdachte aan een zodanige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Op grond van het vorenstaande dient de vervolging te worden geschorst. Beslissing Het hof: Schorst de vervolging van de verdachte op grond van het in artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, met ingang van 21 januari 2011.

Dit arrest is gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Gonggrijp-van Mourik, mr. H.A. Holthuis en mr. M.E.A. Wildenburg, in tegenwoordigheid van mr. N.C. Laatsch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 januari 2011. Mr. Wildenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen