Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:878 ECLI:NL:CRVB:2026:878 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:878 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:878
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

25/2450 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/2450 ANW Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 juli 2024, 23/1873 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 3 juli 2026 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 25 juli 2024 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 (kenmerk 22/5621) vernietigd en het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:878 · Centrale Raad van Beroep: 25/2450 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/2450 ANW Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 juli 2024, 23/1873 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 3 juli 2026 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 25 juli 2024 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 (kenmerk 22/5621) vernietigd en het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25/2450 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/2450 ANW Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 juli 2024, 23/1873 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 3 juli 2026 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 25 juli 2024 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023 (kenmerk 22/5621) vernietigd en het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 juli 2024. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening. Bij brief van 12 december 2025 is verzoekster erop gewezen dat een griffierecht van € 143,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 12 januari 2026 is verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekster er rekening mee moet houden dat het verzoek om herziening niet inhoudelijk behandeld kan worden. De aangetekende brief van 12 januari 2026 is op 20 april 2026 bij de Raad retour binnengekomen met als reden dat deze niet is afgehaald.

De termijn is verstreken en het griffierecht is niet betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid vanA. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) A.

Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare la requête de révision non recevable. Par conséquent, décidée par le maître M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence deA. Giesen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 juillet 2026. (signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (signé) A.

Giesen Les intéressés et les organes d’administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. L’intéressé présentant l’opposition pourra demander d’avoir l’opportunité d’être entendu sur son opposition.