Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:78 ECLI:NL:CRVB:2026:78 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:78 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:78
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

24/1345 PW-VER Datum beslissing: 29 januari 2026 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer 24/1345 PW-VER Beslissing op het verzoek om verschoning gedaan door [verzoekster] (verzoekster) PROCESVERLOOP De zaak 24/1345 PW wordt op 24 februari 2026 op een zitting van de Centrale Raad van Beroep behandeld. Verzoekster, lid van de meervoudige kamer die belast is met de behandeling van deze zaak, heeft op 19 januari 2026 verzocht zich te mogen verschonen. OVERWEGINGEN 1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2026:78 · Centrale Raad van Beroep: Verzoekster heeft te kennen gegeven dat het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch partij is in bovenvermelde zaak. Omdat haar echtgenoot jaren als wethouder werkzaam is geweest in die gemeente en hij in die hoedanigheid (mede) verantwoordelijk was voor het Sociaal Domein, waarin ook deze zaak ligt, heeft verzoekster verzocht om verschoning om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de zaak te voorkomen.

Keywords

AI generated
artikel 8:15 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Awb
Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24/1345 PW-VER Datum beslissing: 29 januari 2026 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer 24/1345 PW-VER Beslissing op het verzoek om verschoning gedaan door [verzoekster] (verzoekster) PROCESVERLOOP De zaak 24/1345 PW wordt op 24 februari 2026 op een zitting van de Centrale Raad van Beroep behandeld. Verzoekster, lid van de meervoudige kamer die belast is met de behandeling van deze zaak, heeft op 19 januari 2026 verzocht zich te mogen verschonen. OVERWEGINGEN 1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. Verzoekster heeft te kennen gegeven dat het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch partij is in bovenvermelde zaak. Omdat haar echtgenoot jaren als wethouder werkzaam is geweest in die gemeente en hij in die hoedanigheid (mede) verantwoordelijk was voor het Sociaal Domein, waarin ook deze zaak ligt, heeft verzoekster verzocht om verschoning om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van de zaak te voorkomen.

3. Gezien de motivering van het verzoek is de inwilliging daarvan gerechtvaardigd.

4. De Raad wijst het verzoek daarom toe. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om verschoning toe. Deze beslissing is gegeven door E. Dijt als voorzitter en S.B. Smit-Colenbrander en J.D. Streefkerk als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026. De griffier De voorzitter (getekend) A.H. Hagendoorn-Huls (getekend) E. Dijt