Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:608 ECLI:NL:CRVB:2026:608 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:608 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:608
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

26/504 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 26/504 ANW Uitspraak als bedoeld in de artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024, 23/504 Partijen: [verzoekster] te [plaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 15 mei 2026 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 11 april 2024 heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2022 (kenmerk 21/146) niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoekster te laat hoger beroep had ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:608 · Centrale Raad van Beroep: 26/504 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 26/504 ANW Uitspraak als bedoeld in de artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024, 23/504 Partijen: [verzoekster] te [plaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 15 mei 2026 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 11 april 2024 heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2022 (kenmerk 21/146) niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoekster te laat hoger beroep had ingesteld.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2024:705
Datum uitspraak: 11 april 2024 23/504 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2022, 21/146 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
ECLI:NL:CRVB:2024:2341
Datum uitspraak: 27 november 2024 23/504 ANW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2022, 21/146 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] , te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP In de uitspraak van 11 april 2024 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2025:1710
25/711 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 november 2024, 23/504 ANW-V Partijen: [verzoekster] te Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 13 november 2025 SAMENVATTING In deze zaak wijst de Raad een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af. PROCESVERLOOP Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 november 2024. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025.
ECLI:NL:CRVB:2024:235
22/3232 ZVW Datum uitspraak: 1 februari 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op de verzoeken om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juni 2022, 21/3138 ZVW, 21/3268 ZVW, 21/3150 ZVW, 21/3151 ZVW, 21/3149 ZVW, 21/3142 ZVW, 21/3141 ZVW Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) CAK (CAK) Samenvatting Verzoeker stelt dat de Raad zijn uitspraak van 2 juni 2022 moet herzien, omdat volgens hem het oordeel van de Raad in strijd is met het recht van de Europese Unie. De Raad verklaart enkele herzieningsverzoeken niet-ontvankelijk omdat ze te laat zijn ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2015:1055
13/1933 WAO Datum uitspraak: 20 maart 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 maart 2012, 11/633 WAO Partijen: [Verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft bij een op 10 april 2013 door de Raad ontvangen brief verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 maart 2012, 11/633 WAO, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0190. Het Uwv heeft op dit verzoek om herziening gereageerd.
ECLI:NL:CRVB:2017:4060
167448 WAO Datum uitspraak: 21 november 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 maart 2015, 14/2638 WAO-V Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft bij brief van 25 oktober 2016 voor een tweede maal gevraagd om herziening van de door de Raad op 24 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1233) gegeven uitspraak. Het Uwv heeft op dit verzoek geen reactie gegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26/504 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 26/504 ANW Uitspraak als bedoeld in de artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 november 2024, 23/504 Partijen: [verzoekster] te [plaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 15 mei 2026 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 11 april 2024 heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2022 (kenmerk 21/146) niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoekster te laat hoger beroep had ingesteld.

Op 27 november 2024 heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen bovengenoemde uitspraak van de Raad ongegrond verklaard. Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van27 november 2024, welk verzoek de Raad op 13 november 2025 heeft afgewezen. Verzoekster heeft bij brief gedateerd 5 maart 2026 verzocht om herziening van laatstgenoemde uitspraak. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. OVERWEGINGEN Zoals de Raad eerder heeft geoordeeld kan alleen van een oorspronkelijke uitspraak om herziening worden verzocht en niet van een herzieningsuitspraak.

Het verzoek om herziening van 5 maart 2026 moet dan ook worden opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak van 27 november 2024. Van degene die om herziening vraagt van een uitspraak mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard. In een geval als dit, waarin het niet gaat om een bestuurlijke boete en waarin geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn gesteld, wordt een verzoek om herziening geacht onredelijk laat te zijn ingediend, als het is ingediend meer dan een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht (zie de uitspraken van de Raad van 20 maart 2015 en van 21 november 2017).

Bij het herzieningsverzoek van verzoeker zijn geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. Het herzieningsverzoek heeft betrekking op de oorspronkelijke uitspraak van de Raad van 27 november 2024 en is meer dan één jaar na de datum van openbaarmaking daarvan ingediend. Het verzoek om herziening van die uitspraak is dan ook onredelijk laat ingediend. Het herzieningsverzoek is om deze reden kennelijk niet-ontvankelijk. Er kan zonder verder onderzoek worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid vanA. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) A. Giesen DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare l’opposition non-recevable. Ce verdict a été fait par M.A.H. van Dalen-van Bekkum en presence de A. Giesen en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public, le 15 mai 2026. (signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (signé) A. Giesen ECLI:NL:CRVB:2024:705.

ECLI:NL:CRVB:2024:2341. ECLI:NL:CRVB:2025:1710. Zie bijvoorbeeld CRvB 1 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:235. ECLI:NL:CRVB:2015:1055 en ECLI:NL:CRVB:2017:4060.