Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:607 ECLI:NL:CRVB:2026:607 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:607 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:607
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

25/1812 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/1812 AOW Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van25 juli 2025, 22/584 Partijen: [appellant] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 15 mei 2026 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S. Ikiz, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:24 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2026:607 · Centrale Raad van Beroep: S. Ikiz, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Keywords

AI generated
artikel 6:24 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:24 van de Awb
Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25/1812 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/1812 AOW Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van25 juli 2025, 22/584 Partijen: [appellant] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 15 mei 2026 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S. Ikiz, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 12 januari 2026 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 12 februari 2026 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

De gemachtigde van appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid vanA. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) A.

Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.