ECLI:NL:CRVB:2026:470 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generatedCentrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/1779 AOW-V Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2023, 21/5124 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 8 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2026:470 · Centrale Raad van Beroep: Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/1779 AOW-V Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2023, 21/5124 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 8 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Full text
Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/1779 AOW-V Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2023, 21/5124 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 8 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Appellante heeft verzet gedaan. Het verzet is 23 maart 2026 ter zitting behandeld. Partijen zijn niet ter zitting verschenen. OVERWEGINGEN In verzet stelt appellante dat zij reeds een ANW-nabestaandenuitkering heeft toegekend en dat haar aanvraag voor AOW-uitkering is afgewezen. Appellante stelt dat zij zich in een moeilijke financiële situatie verkeerd. Zij heeft geld nodig voor medische behandelingen, om haar gezin te onderhouden en haar leningen af te lossen. De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026. (getekend) R.W.L. Koopmans (getekend) D. Semiz