Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:468 ECLI:NL:CRVB:2026:468 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:468 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:468
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/1462 ANW-V Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2024, 23/4637 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 9 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 10 januari 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CRVB:2026:468 · Centrale Raad van Beroep: Appellante heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen. OVERWEGINGEN Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder appellante op zitting te horen.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
OVERWEGINGEN Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 24/1462 ANW-V Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 maart 2024, 23/4637 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 9 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 10 januari 2025 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig is ingediend en op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Appellante heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2026. Partijen zijn niet verschenen. OVERWEGINGEN Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, ziet uitsluitend op de vraag of de Raad ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat de beoordeling van de Raad in deze verzetsprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder appellante op zitting te horen.

In verzet heeft appellante naar voren gebracht dat haar overleden partner verzekerd is geweest. Zij voert verder aan dat zij ziek is, ze geen activiteiten kan ondernemen en geen inkomsten heeft. Appellante wil in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. Appellante heeft niet aangevoerd dat de Raad ten onrechte is overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling van haar hoger beroep. Appellante heeft zich beperkt tot een herhaling van de gronden van haar hoger beroep. Het enkel herhalen van die gronden doet geen twijfel ontstaan over het in de uitspraak van 10 januari 2025 door de Raad gegeven oordeel.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026. (getekend) K.H. Sanders De griffier is verhinderd te ondertekenen.