Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:447 ECLI:NL:CRVB:2026:447 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:447 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:447
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

25/298 ONBEK-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024, 22/1810 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 8 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard, omdat appellante hoger beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:447 · Centrale Raad van Beroep: 25/298 ONBEK-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024, 22/1810 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 8 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard, omdat appellante hoger beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25/298 ONBEK-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2024, 22/1810 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 8 april 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 15 augustus 2025 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard, omdat appellante hoger beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellante heeft verzet gedaan. De Raad heeft het verzet op 23 maart 2026 ter zitting behandeld. Partijen zijn niet verschenen. OVERWEGINGEN In het verzetschrift van appellante, van 20 september 2025, geeft zij aan dat zij niet over inkomen of middelen beschikt om in haar dagelijkse behoefte te voorzien. Er worden geen gronden, dan wel objectief verifieerbare gegevens, in geding gebracht welke te kennen zouden geven dat het in dit specifieke geval gerechtvaardigd zou zijn hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.

Dit is uitsluitend het geval wanneer er sprake is van evidente schending van de eisen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat het appelverbod buiten toepassing zou moeten worden gelaten. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door R.W.L. Koopmans, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2026. (getekend) R.W.L. Koopmans (getekend) D. Semiz