Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:411 ECLI:NL:CRVB:2026:411 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:411 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:411
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 juli 2025, SGR 23/8427 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 24 maart 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 13 januari 2026 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden heeft ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:411 · Centrale Raad van Beroep: Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 juli 2025, SGR 23/8427 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 24 maart 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 13 januari 2026 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden heeft ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 juli 2025, SGR 23/8427 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 24 maart 2026 PROCESVERLOOP In de uitspraak van 13 januari 2026 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden heeft ingediend.

Appellant heeft verzet gedaan. In verzet stelt appellant dat hij de gronden van zijn hoger beroepszaken op 4 december 2025 via de digitale postkamer heeft ingediend. OVERWEGINGEN De Raad overweegt dat inderdaad is gebleken dat appellant op 4 december 2025 gronden heeft ingediend via de digitale postkamer. Vanwege een administratieve fout zijn de stukken van appellant door medewerkers van de Raad niet verwerkt. Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 13 januari 2026 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree in tegenwoordigheid van A.S. Abbas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2026. (getekend) J.C. Boeree (getekend) A.S. Abbas