Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:221 ECLI:NL:CRVB:2026:221 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:221 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:221
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 24 februari 2026 25/ 898 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/898 PW-V Uitspraak op het verzet tegen de uitspaak van 22 juli 2025. Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college) PROCESVERLOOP In de uitspraak van 22 juli 2025 heeft de Raad zich onder verwijzing naar vaste rechtspraak onbevoegd verklaard om van het door appellant ingestelde beroep kennis te nemen. Appellant heeft tijdig verzet ingediend. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 januari 2026.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:221 · Centrale Raad van Beroep: Partijen zijn niet ter zitting verschenen. OVERWEGINGEN In zijn verzet stelt appellant, kort samengevat, dat de Raad hem de toegang tot de rechter ontzegt door zich onbevoegd te verklaren. Dit is een schending van zijn mensenrechten op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Raad overweegt dat appellant in zijn verzet niet heeft onderbouwd waarom de Raad in deze zaak bevoegd zou zijn. Ook na ambtshalve onderzoek is dat niet gebleken. Daarmee zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in de uitspraak van 22 juli 2025 ten onrechte is geoordeeld dat de Raad niet bevoegd zou zijn.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 24 februari 2026 25/ 898 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/898 PW-V Uitspraak op het verzet tegen de uitspaak van 22 juli 2025. Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college) PROCESVERLOOP In de uitspraak van 22 juli 2025 heeft de Raad zich onder verwijzing naar vaste rechtspraak onbevoegd verklaard om van het door appellant ingestelde beroep kennis te nemen. Appellant heeft tijdig verzet ingediend. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 januari 2026.

Partijen zijn niet ter zitting verschenen. OVERWEGINGEN In zijn verzet stelt appellant, kort samengevat, dat de Raad hem de toegang tot de rechter ontzegt door zich onbevoegd te verklaren. Dit is een schending van zijn mensenrechten op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Raad overweegt dat appellant in zijn verzet niet heeft onderbouwd waarom de Raad in deze zaak bevoegd zou zijn. Ook na ambtshalve onderzoek is dat niet gebleken. Daarmee zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in de uitspraak van 22 juli 2025 ten onrechte is geoordeeld dat de Raad niet bevoegd zou zijn.

Ook overigens heeft appellant geen gronden aangevoerd die leiden tot een ander oordeel. Dat betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van C.E.A. Tessemaker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026. (getekend) J.C. Boeree (getekend) C.E.A. Tessemaker