Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2026:137 ECLI:NL:CRVB:2026:137 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2026:137 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2026:137
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van8 mei 2025, 24/8923 Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college) Datum uitspraak: 10 februari 2026 PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:24 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2026:137 · Centrale Raad van Beroep: OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Keywords

AI generated
artikel 6:24 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:24 van de Awb
Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van8 mei 2025, 24/8923 Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college) Datum uitspraak: 10 februari 2026 PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 4 augustus 2025 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 4 september 2025 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Via e-mailberichten van2 oktober 2025, 5 november 2025 en 12 december 2025 heeft appellante om uitstel verzocht voor het indienen van de gronden van het hoger beroep. De Raad heeft appellante meermaals uitstel verleend, maar heeft het laatstgenoemde verzoek bij brief van17 december 2025 afgewezen en medegedeeld dat binnen twee weken na de datum van die brief alsnog de gronden ingediend dienen te worden. Daarbij is appellante erop gewezen dat het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld kan worden indien zij de gronden niet tijdig inzendt.

Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026 (getekend) M.

Wolfrat (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.