ECLI:NL:CRVB:2025:933 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generated22/3744 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 26 oktober 2022, 22/2089 (aangevallen uitspraak) Partijen: wijlen [appellante] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Almere (college) Datum uitspraak: 25 juni 2025 SAMENVATTING Appellante is overleden. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. K. Wevers hoger beroep ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2025:933 · Centrale Raad van Beroep: Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het college heeft op 2 januari 2025 laten weten dat appellante op [datum] 2023 is overleden. De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 16 mei 2025 aangekondigd dat de behandeling van de zaak op de zitting van 4 juni 2025 zal plaatsvinden. Van de zijde van de erfgenamen van appellante is niemand ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Piets. OVERWEGINGEN 1. Appellante is op [datum] 2023 overleden.
Full text
22/3744 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 26 oktober 2022, 22/2089 (aangevallen uitspraak) Partijen: wijlen [appellante] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Almere (college) Datum uitspraak: 25 juni 2025 SAMENVATTING Appellante is overleden. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. K. Wevers hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het college heeft op 2 januari 2025 laten weten dat appellante op [datum] 2023 is overleden. De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 16 mei 2025 aangekondigd dat de behandeling van de zaak op de zitting van 4 juni 2025 zal plaatsvinden. Van de zijde van de erfgenamen van appellante is niemand ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Piets. OVERWEGINGEN 1. Appellante is op [datum] 2023 overleden.
Daarmee is haar belang bij de voortzetting van het geding vervallen. Voorafgaand aan de aankondiging in de Staatscourant is aan mr. Wevers gevraagd om de Raad te laten weten of hij weet wie de erven van appellante zijn en of zij de procedure wensen voort te zetten. Mr. Wevers heeft medegedeeld dat het hem niet gelukt is gegevens van nabestaanden te vergaren.
2. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.
3. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door C.W.C.A. Bruggeman, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025. (getekend) C.W.C.A. Bruggeman (getekend) C.K. Teunissen Staatscourant 2025, 16298.