Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:832 ECLI:NL:CRVB:2025:832 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:832 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:832
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 28 mei 2025 24/53 AWBZ-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 februari 2017, 15/6515 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) het CIZ PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 23 mei 2024 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 april 2025.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:832 · Centrale Raad van Beroep: Verzoekster heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 april 2025.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 28 mei 2025 24/53 AWBZ-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 februari 2017, 15/6515 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) het CIZ PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 23 mei 2024 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde verzoek om herziening tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 april 2025.

Beide partijen zijn niet verschenen. OVERWEGINGEN In de uitspraak van de Raad van 23 mei 2024 is het verzoek om herziening niet ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. In het verzetschrift heeft verzoekster geen verklaring gegeven voor het feit dat het griffierecht niet is betaald. De Raad is van oordeel dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest.

Het griffierecht is niet bij de Raad ontvangen. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025. (getekend) J.C. Boeree (getekend) S. Pouw