Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:829 ECLI:NL:CRVB:2025:829 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:829 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:829
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/636 WSF Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 februari 2023, 22/1578 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister) Datum uitspraak: 4 juni 2025 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. E. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Op 13 mei 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden. Appellant heeft zich daar laten vertegenwoordigen door mr. Schriemer. Op 12 november 2024 heeft de minister de Raad een brief gestuurd waaruit viel af te leiden dat de minister volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet ging komen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:829 · Centrale Raad van Beroep: Omdat geen van beide partijen binnen de reactietermijn om een nadere zitting heeft gevraagd, heeft de Raad met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarna heeft de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten. OVERWEGINGEN Het nadere besluit van 27 december 2024 komt geheel tegemoet aan het (hoger) beroep van appellant. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb wordt dit besluit daarom niet in de beoordeling van het hoger beroep betrokken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/636 WSF Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 februari 2023, 22/1578 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister) Datum uitspraak: 4 juni 2025 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. E. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld. Op 13 mei 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden. Appellant heeft zich daar laten vertegenwoordigen door mr. Schriemer. Op 12 november 2024 heeft de minister de Raad een brief gestuurd waaruit viel af te leiden dat de minister volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet ging komen.

De Raad heeft deze brief op 17 december 2024 aan appellant doorgestuurd en aan appellant gevraagd of hij het hoger beroep wilde handhaven. Op die vraag heeft appellant niet gereageerd. De Raad heeft partijen tevens gewezen op hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. De minister heeft de Raad binnen de gestelde reactietermijn een kopie doen toekomen van een besluit van 27 december 2024. Bij dit besluit heeft de minister de in dit geding door appellant bestreden besluiten ongedaan gemaakt en € 4.935,- aan appellant toegekend voor in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten en betaald griffierecht.

Omdat geen van beide partijen binnen de reactietermijn om een nadere zitting heeft gevraagd, heeft de Raad met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarna heeft de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten. OVERWEGINGEN Het nadere besluit van 27 december 2024 komt geheel tegemoet aan het (hoger) beroep van appellant. Gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb wordt dit besluit daarom niet in de beoordeling van het hoger beroep betrokken.

Verder is niet gebleken dat appellant nog enig belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. De Raad zal het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2025. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) P. Boer