Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:76 ECLI:NL:CRVB:2025:76 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:76 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:76
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 10 januari 2025 24/1596 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2024, 21/2884 Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft bij brief van 10 juni 2024 verzocht om herziening van de door de Raad op26april 2024 tussen partijen gewezen uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:76 · Centrale Raad van Beroep: Het ingediende verzoekschrift bevat geen gronden. Bij brief van 1 augustus 2024 is verzoeker in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 3 september 2024 is aan verzoeker nogmaals de gelegenheid geboden de gronden voor het verzoekschrift in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is verzoeker erop gewezen dat hij er rekening mee moet houden dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2024:235
22/3232 ZVW Datum uitspraak: 1 februari 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op de verzoeken om herziening van de uitspraak van de Raad van 2 juni 2022, 21/3138 ZVW, 21/3268 ZVW, 21/3150 ZVW, 21/3151 ZVW, 21/3149 ZVW, 21/3142 ZVW, 21/3141 ZVW Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) CAK (CAK) Samenvatting Verzoeker stelt dat de Raad zijn uitspraak van 2 juni 2022 moet herzien, omdat volgens hem het oordeel van de Raad in strijd is met het recht van de Europese Unie. De Raad verklaart enkele herzieningsverzoeken niet-ontvankelijk omdat ze te laat zijn ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2015:1055
13/1933 WAO Datum uitspraak: 20 maart 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 maart 2012, 11/633 WAO Partijen: [Verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft bij een op 10 april 2013 door de Raad ontvangen brief verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 maart 2012, 11/633 WAO, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0190. Het Uwv heeft op dit verzoek om herziening gereageerd.
ECLI:NL:CRVB:2017:4060
167448 WAO Datum uitspraak: 21 november 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 maart 2015, 14/2638 WAO-V Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft bij brief van 25 oktober 2016 voor een tweede maal gevraagd om herziening van de door de Raad op 24 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1233) gegeven uitspraak. Het Uwv heeft op dit verzoek geen reactie gegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 10 januari 2025 24/1596 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54, in verbinding met de artikelen 8:108 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2024, 21/2884 Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft bij brief van 10 juni 2024 verzocht om herziening van de door de Raad op26april 2024 tussen partijen gewezen uitspraak.

Bij die uitspraak werd een verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad van 28 mei 2021 afgewezen. OVERWEGINGEN Geen gronden ingediend In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Hetzelfde geldt voor het verzoek om herziening, zo volgt uit artikel 6:24 en artikel 8:119, tweede lid, van de Awb. In het bijzonder stelt artikel 8:119, eerste lid, van de Awb dat herziening van een uitspraak alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die: hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en; tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.

Het ingediende verzoekschrift bevat geen gronden. Bij brief van 1 augustus 2024 is verzoeker in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Bij aangetekende brief van 3 september 2024 is aan verzoeker nogmaals de gelegenheid geboden de gronden voor het verzoekschrift in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is verzoeker erop gewezen dat hij er rekening mee moet houden dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Verzoeker heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het verzoek om herziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Herzieningsverzoek is onredelijk laat ingediend Daarnaast merkt de Raad het volgende op. Zoals de Raad eerder heeft geoordeeld kan alleen van een oorspronkelijke uitspraak om herziening worden verzocht en niet van een herzieningsuitspraak.Het verzoek om herziening van 10 juni 2024 moet dan ook worden opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak van28mei 2021.

Van degene die om herziening vraagt van een uitspraak mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard. In een geval als dit, waarin het niet gaat om een bestuurlijke boete en waarin geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn gesteld, wordt een verzoek om herziening geacht onredelijk laat te zijn ingediend, als het is ingediend meer dan een jaar na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht (zie de uitspraken van de Raad van 20 maart 2015 en van 21 november 2017).

Bij het herzieningsverzoek van verzoeker zijn geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. Het herzieningsverzoek heeft betrekking op de oorspronkelijke uitspraak van de Raad van 28 mei 2021 en is meer dan één jaar na de datum van openbaarmaking daarvan ingediend. Het verzoek om herziening van die uitspraak is dan ook onredelijk laat ingediend. Het herzieningsverzoek is om deze beide redenen kennelijk niet-ontvankelijk. Er kan zonder verder onderzoek worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2025. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Zie bijvoorbeeld CRvB 1 februari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:235. ECLI:NL:CRVB:2015:1055 en ECLI:NL:CRVB:2017:4060.