Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:731 ECLI:NL:CRVB:2025:731 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:731 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:731
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/3498 ZW Datum uitspraak: 14 mei 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 november 2023, 22/2378 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2025:731 · Centrale Raad van Beroep: A.G.B. Bergenhenegouwen hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
artikel 8:75 van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/3498 ZW Datum uitspraak: 14 mei 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 november 2023, 22/2378 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 september 2024. Partijen zijn niet verschenen. De Raad heeft op 25 oktober 2024 een tussenuitspraak gedaan. Op 4 februari 2025 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Op 7 maart 2025 heeft mr. Bergenhenegouwen namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Bij brief van 8 april 2025 heeft appellante een specificatie gegeven van haar proceskosten.

Het Uwv heeft eerder op 25 maart 2025 meegedeeld zich niet te zullen verzetten tegen een veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 februari 2025 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Hierbij wordt overwogen dat de rechtbank bij de aangevallen uitspraak het Uwv al heeft veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en dat het Uwv in de beslissing van 4 februari 2025 de kosten van de bezwaarprocedure heeft vergoed.

De proceskosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en met wegingsfactor 1). Ook dient het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een totaalbedrag van € 907,-; - bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2025. (getekend) E. Dijt (getekend) S. Pouw