Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:712 ECLI:NL:CRVB:2025:712 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:712 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:712
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/990 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen: Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college) Datum uitspraak: 29 april 2025 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. A.A. van Harmelen, advocaat, hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CRVB:2025:712 · Centrale Raad van Beroep: A.A. van Harmelen, advocaat, hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/990 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen: Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college) Datum uitspraak: 29 april 2025 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. A.A. van Harmelen, advocaat, hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 11 december 2024 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen twee weken te herstellen. Daarbij is de gemachtigde erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg kan hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Op 27 december 2024 heeft de gemachtigde de Raad bericht dat zij van appellant onvoldoende input heeft gekregen om de gronden aan te vullen. Met een brief van 30 december 2024 heeft de Raad bij de gemachtigde de brief van 11 december 2024 in herinnering gebracht.

Op 10 januari 2025 heeft de gemachtigde verwezen naar haar bericht van 27 december 2024. De Raad stelt vast dat appellant de gronden van het beroep niet heeft ingediend. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van M.

Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2025. (getekend) P.W. van Straalen (getekend) M. Zwart Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.