Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:504 ECLI:NL:CRVB:2025:504 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:504 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:504
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 2 april 2025 24/2578 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 oktober 2024, CRvB 23/1947 WAO (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoeker] te Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 oktober 2024, CRvB 23/1947 WAO.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CRVB:2025:504 · Centrale Raad van Beroep: Datum uitspraak: 2 april 2025 24/2578 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 oktober 2024, CRvB 23/1947 WAO (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoeker] te Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 oktober 2024, CRvB 23/1947 WAO.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 2 april 2025 24/2578 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 oktober 2024, CRvB 23/1947 WAO (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoeker] te Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 oktober 2024, CRvB 23/1947 WAO.

OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:119, tweede lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening. Bij brief van 22 november 2024 is verzoeker erop gewezen dat een griffierecht van € 138,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 23 december 2024 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoeker er rekening mee moet houden dat de procedure niet inhoudelijk behandeld zal worden. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.

Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van N. Phetkhoowiang als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2025. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander (getekend) N. Phetkhoowiang Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.