Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:289 ECLI:NL:CRVB:2025:289 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:289 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:289
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 17 februari 2025 24/354 ANW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2023, 22/4018-V. Partijen: [verzoekster] te Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingediend. Verzoekster heeft destijds verzet ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:289 · Centrale Raad van Beroep: Partijen: [verzoekster] te Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingediend. Verzoekster heeft destijds verzet ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 17 februari 2025 24/354 ANW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2023, 22/4018-V. Partijen: [verzoekster] te Marokko (verzoekster) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door verzoekster ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingediend. Verzoekster heeft destijds verzet ingediend.

Het verzet behandeld op zitting van 24 november 2023. Op die zitting zijn partijen niet verschenen en het verzet is in een mondelinge uitspraak ongegrond verklaard. Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend. Het verzoek om herziening is behandeld op zitting van 6 januari 2025. Verzoekster is samen met haar haar zoon verschenen via beeldbellen. Haar zoon is opgetreden als haar gemachtigde. In herziening voert verzoekster aan dat haar gezondheidstoestand erg achteruit is gegaan door de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en dat zij daardoor niet in staat is geweest tijdig een hogerberoepschrift in te dienen.

Zij heeft medische stukken meegezonden om dit te onderbouwen. OVERWEGINGEN De data van de stukken van verzoekster over haar gezondheidstoestand lopen vanaf 2017 tot en met 2024. Het grootste deel van de stukken is van vóór de bekendmaking van de aangevallen uitspraak van rechtbank Amsterdam van 1 februari 2022. De Raad overweegt dat niet in geschil is dat verzoekster in ieder geval sinds 2017 te maken had met medische klachten De kern van het betoog van verzoekster is dat zij in verband daarmee aanspraak zou hebben op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.

Op de zitting is ook gebleken dat dit voor verzoekster het belangrijkste is. Deze kwestie wordt in deze zaak echter niet behandeld. Deze uitspraak gaat over de vraag of de uitspraak op het verzet terecht ongegrond is verklaard. Daarmee gaat het over de vraag of het hoger beroep destijds (op 28 juni 2023) terecht kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelt dat dat het geval is. In de oorspronkelijke uitspraak van 18 juni 2023 is ook al ingegaan op het argument dat de termijnoverschrijding te wijten is aan de ziekte van verzoekster.

Dit argument heeft zij nu nader willen onderbouwen met medische stukken, waaruit volgens haar blijkt dat haar gezondheidstoestand erg achteruit is gegaan door de uitspraak van rechtbank Amsterdam. De Raad is van oordeel dat de door haar ingebrachte stukken dit niet onderbouwen. Dat betekent dat het verzoek om herziening wordt afgewezen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. . Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van L.B. Vrugt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2025. (getekend) J.C.

Boeree De griffier is verhinderd te ondertekenen.