Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:262 ECLI:NL:CRVB:2025:262 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:262 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:262
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 14 februari 2025 24/2219 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2024, 23/5342 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN In artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:8 van de Awb, artikel 6:9 van de Awb, artikel 6:24 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2025:262 · Centrale Raad van Beroep: Bij de beoordeling of hiervan sprake is worden alle omstandigheden van het geval in hun samenhang bezien. Als het beroepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, dan moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 19 juli 2024 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 1 oktober 2024 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 19 september 2024 ter post bezorgd. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:8 van de Awb artikel 6:9 van de Awb artikel 6:24 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
OVERWEGINGEN In artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt.
artikel 6:8 van de Awb
Dat volgt uit artikel 6:8 van de Awb.
artikel 6:9 van de Awb
Deze regels staan in artikel 6:9 van de Awb.
artikel 6:24 van de Awb
Uit artikel 6:24 van de Awb volgt dat deze bepalingen ook gelden voor het hoger beroep.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 14 februari 2025 24/2219 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2024, 23/5342 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN In artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt.

Deze termijn gaat in op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan partijen is bekendgemaakt. Dat volgt uit artikel 6:8 van de Awb. Een beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen of als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels staan in artikel 6:9 van de Awb. Uit artikel 6:24 van de Awb volgt dat deze bepalingen ook gelden voor het hoger beroep. Als een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege als die overschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, of als deze is veroorzaakt door handelen of nalaten van het bestuursorgaan, en mogelijk ook als sprake is van een andere reden die tot die overschrijding heeft geleid.

Bij de beoordeling of hiervan sprake is worden alle omstandigheden van het geval in hun samenhang bezien. Als het beroepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, dan moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 19 juli 2024 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 1 oktober 2024 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 19 september 2024 ter post bezorgd. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend.

Bij brief van 30 oktober 2024 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop bij brief van 27 november 2024, binnengekomen op10december 2024, geantwoord dat zij ziek is geweest en dat zij daarom later heeft gereageerd. Appellante heeft daarmee geen bijzondere omstandigheid aangevoerd die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Appellante heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat haar ziekte zo ernstig was dat zij niet binnen de beroepstermijn hoger beroep kon instellen of iemand anders kon machtigen om namens haar hoger beroep in te stellen.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) A. Giesen Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare le recours interjeté non-recevable. Par conséquent, décidée par le maître M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence deA.Giesen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 14 février 2025. (signé) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (signé) A. Giesen Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

L'intéressé présentant l'opposition pourra demander d'avoir l'opportunité d'être entendu sur son opposition.