Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:240 ECLI:NL:CRVB:2025:240 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:240 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:240
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/2764 WIA Datum uitspraak: 12 februari 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 augustus 2013, 22/590 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. V.A.M. Vos, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2025:240 · Centrale Raad van Beroep: V.A.M. Vos, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Awb

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2024:1523
21/231 WIA Datum uitspraak: 30 juli 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 november 2020, 20/3508 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) SAMENVATTING Het Uwv heeft aan appellant met ingang van 23 januari 2020 een WIA-uitkering toegekend, maar daarbij bepaald dat die uitkering niet wordt uitbetaald in verband met zijn inkomsten uit arbeid. Voor het antwoord op de vraag of de uitkering tot uitbetaling komt is de hoogte van het dagloon van doorslaggevend belang.
ECLI:NL:CRVB:2024:1524
20/3528 WIA Datum uitspraak: 30 juli 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 1 september 2020, 20/580 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (Staat) SAMENVATTING Het gaat in deze zaak over de berekening van het dagloon waarop de WIA-uitkering van appellante is gebaseerd.
ECLI:NL:CRVB:2024:1525
20/2508 WIA Datum uitspraak: 30 juli 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2020, 19/4910 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (Staat) SAMENVATTING Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft geweigerd het dagloon waarop de WIA-uitkering van appellant is gebaseerd te herzien.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/2764 WIA Datum uitspraak: 12 februari 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 augustus 2013, 22/590 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. V.A.M. Vos, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft het Uwv verzocht de Raad te informeren of de uitspraken van de Raad van 30 juli 2024 over de berekening van het dagloon op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aanleiding geven om in de zaak van appellant tot een ander standpunt te komen. Het Uwv heeft hier bevestigend op geantwoord. Op 12 september 2024 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Op 29 oktober 2024 heeft mr. Vos namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant.

Het Uwv heeft een reactie ingediend. Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Raad het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 september 2024 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het beroep en het hoger beroep. Omdat het Uwv aan appellant is tegemoetgekomen, zal de Raad het Uwv veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Het Uwv heeft de kosten van de bezwaarprocedure al vergoed bij de beslissing van 12 september 2024. De kosten voor verleende rechtsbijstand worden, met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en op € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift), in totaal € 2.721,-. Daarnaast moet het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoeden.

BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.721,-; - bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door W.R. van der Velde, in tegenwoordigheid van A.K.F. Ouwehand als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2025. (getekend) W.R. van der Velde (getekend) A.K.F. Ouwehand CRvB 30 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1523, ECLI:NL:CRVB:2024:1524 en ECLI:NL:CRVB:2024:1525.