Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2025:199 ECLI:NL:CRVB:2025:199 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:199 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2025:199
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/2567 WLZ-PV Datum uitspraak: 16 januari 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juli 2023, 22/2221 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het CIZ Zitting heeft: L.M. Tobé, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: C.C.M. van ‘t Hol Namens appellante is verschenen mr. E.M.A. Leijser. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Kersjes-van Bussel. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2025:199 · Centrale Raad van Beroep: Dit wijst niet op een blijvende behoefte aan 24 uur zorg in de nabijheid als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz. Conclusie en gevolgen 5.1. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wlz in stand blijft. Daarmee is niet gezegd dat appellante nu voldoende zorg krijgt, maar wel dat die zorg niet vanuit de Wlz dient te komen. 5.2. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/2567 WLZ-PV Datum uitspraak: 16 januari 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juli 2023, 22/2221 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het CIZ Zitting heeft: L.M. Tobé, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: C.C.M. van ‘t Hol Namens appellante is verschenen mr. E.M.A. Leijser. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Kersjes-van Bussel. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellante heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz). 1.2. Met een besluit van 30 september 2021 heeft het CIZ de aanvraag van appellante afgewezen. Het CIZ heeft zich op het standpunt gesteld dat bij appellante een grondslag psychische stoornis en een somatische aandoening aanwezig is, maar dat dat op basis hiervan niet kan worden vastgesteld dat er een blijvende behoefte is aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel.

Het CIZ heeft zich hierbij gebaseerd op het advies van zijn medisch adviseur van 30 september 2021. Met een besluit van 17 maart 2022 (bestreden besluit) heeft het CIZ het bezwaar tegen het besluit van 30 september 2021 ongegrond verklaard. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Het standpunt van appellante 3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Het oordeel van de Raad 4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. 4.1. De Raad onderschrijft het oordeel en de overwegingen van de rechtbank en volstaat met een verwijzing daarnaar. Wat in hoger beroep is aangevoerd en ter zitting is meegedeeld leidt niet tot een ander oordeel. De in hoger beroep overgelegde brief van gezondheidspsycholoog G. Peeters van 25 november 2024 leidt niet tot twijfel aan het medisch advies dat het CIZ aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. In de brief van 25 november 2024 staat als advies vermeld om verder aan de slag te gaan met een coach/begeleider met alle kennis die er is over autisme.

Dit wijst niet op een blijvende behoefte aan 24 uur zorg in de nabijheid als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz. Conclusie en gevolgen 5.1. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wlz in stand blijft. Daarmee is niet gezegd dat appellante nu voldoende zorg krijgt, maar wel dat die zorg niet vanuit de Wlz dient te komen. 5.2. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) C.C.M. van ‘t Hol (getekend) L.M. Tobé