Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:897 ECLI:NL:CRVB:2024:897 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:897 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:897
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/2262 ZW Datum uitspraak: 1 mei 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023, 22/1757 Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) SAMENVATTING In deze zaak gaat het om de vraag of aanleiding aanwezig is de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023 te herzien. PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023. Het Uwv heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het verzoek. Verzoeker heeft een nader stuk ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 maart 2024. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Met de uitspraak van de Raad is de besluitvorming van het Uwv, die ziet op de beëindiging van de uitkering op grond van de Ziektewet per 6 juli 2020, in rechte komen vast te staan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CRVB:2024:897 · Centrale Raad van Beroep: Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Het oordeel van de Raad 4.1. Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. 4.2.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2023:2533
22 1757 ZW Datum uitspraak: 11 mei 2023 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak en uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 april 2022, 21/53 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2023.
ECLI:NL:CRVB:2015:1615
13/6370 BBZ Datum uitspraak: 26 mei 2015 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 december 2012, 10/3472 Bbz Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college) PROCESVERLOOP Verzoekster heeft herziening gevraagd van de uitspraak van de Raad van 11 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5821. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 14 april 2015. Verzoekster is verschenen. Het college is, met bericht, niet verschenen. OVERWEGINGEN 1. Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Wab) in werking getreden. Op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wab blijft het recht zoals dit gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing op een verzoek om herziening van een voor dat tijdstip bekendgemaakte uitspraak.
ECLI:NL:CRVB:2020:906
192874 WAO Datum uitspraak: 8 april 2020 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 april 2019, 17/4191 WAO Partijen: [verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 april 2019, 17/4191 WAO (ECLI:NL:CRVB:2019:1286), en heeft nadere stukken ingediend. Het Uwv heeft op dat verzoek een reactie gegeven. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/2262 ZW Datum uitspraak: 1 mei 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023, 22/1757 Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) SAMENVATTING In deze zaak gaat het om de vraag of aanleiding aanwezig is de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023 te herzien. PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023. Het Uwv heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het verzoek. Verzoeker heeft een nader stuk ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 maart 2024. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Met de uitspraak van de Raad is de besluitvorming van het Uwv, die ziet op de beëindiging van de uitkering op grond van de Ziektewet per 6 juli 2020, in rechte komen vast te staan.

2. Verzoeker heeft de Raad verzocht om herziening van deze uitspraak. Verzoeker heeft aangevoerd dat de Raad in zijn uitspraak voorbij is gegaan aan de kern van het geschil en dit geschil dan ook niet heeft beslecht. Volgens verzoeker heeft de Raad in de uitspraak blijk gegeven van een onjuiste opvatting van de grondslag van het hoger beroep en is niet toegekomen aan het innemen van een standpunt over de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) of over het arbeidsongeschiktheidspercentage, omdat de onderbouwing daarvan geheel ontbreekt. Verzoeker heeft aangevoerd dat in de Raad in de uitspraak ondanks de wettelijke verplichting daartoe, niet heeft gereageerd op de 30 à 40 motiveringsverzoeken die hij had ingediend en dat de Raad ten onrechte vrijwel alle gronden die verzoeker had aangevoerd buiten beschouwing heeft gelaten, evenals de stukken die hij had ingediend. Volgens verzoeker is de Raad met de uitspraak tekortgeschoten in zijn rechtsbescherming jegens hem en dient de Raad dan ook als laatste instantie, al dan niet ambtshalve, terug te komen van zijn uitspraak.

3. Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen. Het oordeel van de Raad 4.1. Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. 4.2.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. In beginsel kunnen slechts aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden. Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, verzekeringsarts de Awb. 4.3. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht als onder 4.1 bedoeld.

In feite beoogt verzoeker een hernieuwde discussie te voeren over de beoordeling van de Raad in de uitspraak van 11 mei 2023. Uit de overweging onder 4.2 volgt dat het rechtsmiddel van herziening daar niet toe kan strekken. Het verzoek om herziening zal daarom worden afgewezen. Conclusie en gevolgen 5. Uit 4.3 volgt dat het verzoek om herziening wordt afgewezen.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in tegenwoordigheid van A.M. Korver als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2024. (getekend) M. E. Fortuin (getekend) A.M. Korver ECLI:NL:CRVB:2023:2533. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615 en 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:906.