Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:798 ECLI:NL:CRVB:2024:798 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:798 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:798
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

21/4208 PW-PV en 21/4209 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2021, 21/1180 en 21/2741 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal als rechtsopvolger van het Drechtstedenbestuur (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 16 april 2024 Zitting heeft: W.F.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:798 · Centrale Raad van Beroep: 21/4208 PW-PV en 21/4209 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2021, 21/1180 en 21/2741 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal als rechtsopvolger van het Drechtstedenbestuur (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 16 april 2024 Zitting heeft: W.F.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21/4208 PW-PV en 21/4209 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2021, 21/1180 en 21/2741 (aangevallen uitspraak) Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal als rechtsopvolger van het Drechtstedenbestuur (dagelijks bestuur) Datum uitspraak: 16 april 2024 Zitting heeft: W.F.

Claessens Griffier: F.C. Meershoek De Raad heeft het verzoek van verzoekster behandeld op een zitting op 16 april 2024. Beide partijen zijn niet verschenen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Namens verzoekster heeft mr. P. van Baaren, advocaat, met een e-mailbericht van 5 april 2024 het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak ingetrokken. Hij heeft daarbij verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Hij heeft daarbij gewezen op het feit dat sinds het instellen van het hoger beroep meer dan twee jaar is verstreken. De redelijke termijn is voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. De behandeling van het bezwaar mag ten hoogste een half jaar, de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar duren, terwijl doorgaans geen sprake is van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd.

De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen. In het geval van verzoekster is vanaf de ontvangst van de bezwaarschriften tegen de besluiten van 24 november 2020 en 18 maart 2021 tot aan de intrekking van het hoger beroep op 5 april 2024 nog geen vier jaar verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn niet is overschreden. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) F.C.

Meershoek (getekend) W.F. Claessens Zie de uitspraak van 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009.