Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:685 ECLI:NL:CRVB:2024:685 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:685 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:685
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 4 april 2024 23/2325 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2023, 22/2594 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. A.B.B. Beelaard, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van appellant per 7 juli 2021 vastgesteld op 62,09%.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2024:685 · Centrale Raad van Beroep: A.B.B. Beelaard, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van appellant per 7 juli 2021 vastgesteld op 62,09%.

Keywords

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
artikel 8:75 van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 4 april 2024 23/2325 WIA Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2023, 22/2594 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. A.B.B. Beelaard, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen van appellant per 7 juli 2021 vastgesteld op 62,09%.

Na bezwaar is het arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd naar 61,99%. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep daartegen ongegrond verklaard. Bij besluit van 22 januari 2024 heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 47,38%. De loonaanvullingsuitkering wordt, rekening houdend met de geldende uitlooptermijn, ingetrokken per 23 maart 2024. Appellant heeft daarop het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft van de gelegenheid gebruikgemaakt een verweerschrift in te dienen.

Appellant heeft hierop gereageerd. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het besluit van 22 januari 2024 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking had. Het Uwv is met het besluit van 22 januari 2024 dan ook niet tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb. De Raad is daarom van oordeel dat het verzoek om proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2024. (getekend) F.M. Rijnbeek (getekend) E.X.R. Yi