Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:647 ECLI:NL:CRVB:2024:647 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:647 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:647
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/1306 AKW Datum uitspraak: 3 april 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 4 april 2023, 22/2033 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP De Svb heeft hoger beroep ingesteld. Voor betrokkene heeft mr. E.B. van de Loo, advocaat, een verweerschrift ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 december 2023. Voor de Svb is verschenen mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:647 · Centrale Raad van Beroep: Betrokkene heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.3. Bij beslissing op bezwaar van 13 oktober 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn standpunt gehandhaafd. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 29 september 2022 herroepen en vastgesteld dat de Svb met ingang van het vierde kwartaal van 2022 dubbele kinderbijslag aan betrokkene dient te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Raad bij de uitspraak van 27 juli 2022 dubbele kinderbijslag aan betrokkene toegekend vanaf het tweede kwartaal van 2019.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2022:1878
202035 AKW Datum uitspraak: 27 juli 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 17 april 2020, 19/1561 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E.B. van de Loo, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2022. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr.
ECLI:NL:RBOVE:2020:1528
De Raad heeft bij uitspraak van 27 juli 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1878) de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 17 april 2020 (ECLI:NL:RBOVE:2020:1528) vernietigd.
ECLI:NL:CRVB:2022:87
195413 AKW Datum uitspraak: 12 januari 2022 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2019, 19/2097 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft [naam 1] hoger beroep ingesteld en verzocht de Svb te veroordelen tot vergoeding van schade. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2021, (gedeeltelijk) door middel van beeldbellen.
ECLI:NL:CRVB:2002:AE3413
00/528 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en [gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/1306 AKW Datum uitspraak: 3 april 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 4 april 2023, 22/2033 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP De Svb heeft hoger beroep ingesteld. Voor betrokkene heeft mr. E.B. van de Loo, advocaat, een verweerschrift ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 december 2023. Voor de Svb is verschenen mr.

J.A.H. Koning. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Van de Loo. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. De Raad heeft bij uitspraak van 27 juli 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:1878) de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 17 april 2020 (ECLI:NL:RBOVE:2020:1528) vernietigd. De Raad heeft zelf in de zaak voorzien en bepaald dat aan betrokkene vanaf het tweede kwartaal van 2019 dubbele kinderbijslag wordt toegekend. 1.2. Bij besluit van 29 september 2022 heeft de Svb uitvoering willen geven aan de in 1.1 genoemde uitspraak van de Raad door te bepalen dat betrokkene over het tweede kwartaal van 2019 tot en met het derde kwartaal van 2022 recht heeft op dubbele kinderbijslag.

Betrokkene heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 1.3. Bij beslissing op bezwaar van 13 oktober 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn standpunt gehandhaafd. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 29 september 2022 herroepen en vastgesteld dat de Svb met ingang van het vierde kwartaal van 2022 dubbele kinderbijslag aan betrokkene dient te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Raad bij de uitspraak van 27 juli 2022 dubbele kinderbijslag aan betrokkene toegekend vanaf het tweede kwartaal van 2019.

De Raad heeft aan de toekenning van de dubbele kinderbijslag geen termijn verbonden, zodat de Svb aan deze uitspraak niet de bevoegdheid kon ontlenen om de toekenning door de Raad te beperken in tijd en aldus te beëindigen. Het standpunt van de Svb 3. De Svb is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en heeft daartoe – samengevat – aangevoerd dat betrokkene aan de uitspraak van de Raad van 27 juli 2022 geen recht op dubbele kinderbijslag kan ontlenen vanaf het vierde kwartaal van 2022. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de Svb verwezen naar uitspraken van de Raad van 12 januari 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:87) en van 24 april 2002 (ECLI:NL:CRVB:2002:AE3413).

Het oordeel van de Raad 4.1. De beroepsgrond dat appellante aan de uitspraak van de Raad van 27 juli 2022 geen verdere aanspraak op dubbele kinderbijslag kan ontlenen dan over het kwartaal waarin de Raad uitspraak heeft gedaan, slaagt. Het geschil dat heeft geleid tot de uitspraak van 27 juli 2022 zag op een afwijzend besluit. Dat neemt niet weg dat het recht op (dubbele) kinderbijslag per kwartaal wordt vastgesteld. De genoemde uitspraak van de Raad heeft dus geen in tijd onbeperkte gelding. Door dubbele kinderbijslag te verstrekken tot en met het kwartaal waarin de Raad uitspraak heeft gedaan, heeft de Svb betrokkene dan ook niet tekort gedaan.

Conclusie en gevolgen 4.2. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak; verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en D. Hardonk-Prins en N.R. Docter als leden, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2024. (getekend) B.J. van de Griend (getekend) S.S. Blok