Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:267 ECLI:NL:CRVB:2024:267 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:267 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:267
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

213561 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 augustus 2021, 20/3443 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 8 februari 2024 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:267 · Centrale Raad van Beroep: Na vragen van de Raad met betrekking tot de uitspraak van de Raad van 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2658) heeft het Uwv op 14 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Het Uwv heeft het bezwaar van appellante tegen het besluit van 9 september 2016 alsnog gegrond verklaard en het ziekengeld met ingang van 30 april 2020 voortgezet tot de maximale termijn van 104 weken.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2022:2658
192610 ZW, 19/3204 ZW, 19/3906 ZW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep en incidenteel hoger beroep tegen de uitspraak van 12 juni 2019, 17/2346 (aangevallen uitspraak 1) en 2 augustus 2019, 18/7457 (aangevallen uitspraak 2) en het verzoek om vergoeding van schade Partijen: [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (de Staat) Datum uitspraak: 23 december 2022 PROCESVERLOOP Namens betrokkene heeft mr.
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1755
10/4854 WIA Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2010, 09/3074 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 15 april 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.M.T. van Diepen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2011:BP3990
09/2086 AWBZ Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante) tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2009, 08/3203 (hierna: aangevallen uitspraak) in het geding tussen: appellante en de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort, (hierna: Agis) Datum uitspraak: 9 februari 2011 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld. Agis heeft een verweerschrift ingediend.
ECLI:NL:CRVB:2018:995
167380 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2016, 15/6915 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 28 maart 2018 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2018.
ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958
09/1136 WW en 11/3428 WW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2009, 07/3119 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: [betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene) en appellant. Datum uitspraak: 25 januari 2012 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2010.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

213561 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 augustus 2021, 20/3443 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 8 februari 2024 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft op 14 juli 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Beide partijen hebben vervolgens een reactie gegeven. Partijen hebben toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten. Vervolgens heeft de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht gesloten. OVERWEGINGEN 1. Bij besluit van 9 september 2016, gehandhaafd in bezwaar bij besluit van 13 augustus 2020, heeft het Uwv in het kader van een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) vastgesteld dat appellante met ingang van 17 april 2020 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat zij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

Bij gewijzigde beslissing op bezwaar van 22 december 2020 heeft het Uwv de beëindigingsdatum vastgesteld op 30 april 2020. Het tegen dit besluit ingestelde beroep heeft de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

2. Na vragen van de Raad met betrekking tot de uitspraak van de Raad van 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2658) heeft het Uwv op 14 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Het Uwv heeft het bezwaar van appellante tegen het besluit van 9 september 2016 alsnog gegrond verklaard en het ziekengeld met ingang van 30 april 2020 voortgezet tot de maximale termijn van 104 weken.

3. Appellante heeft vervolgens te kennen gegeven dat met de nieuwe beslissing op bezwaar niet volledig tegemoet wordt gekomen aan het hoger beroep, omdat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet is aangepast. De verwachting van appellante is dat bij de aanvraag op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van dezelfde FML wordt uitgegaan. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de WIAbeoordeling.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1. Volgens vaste rechtspraak (zoals bijvoorbeeld blijkt uit de uitspraak van de Raad van 15 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1755) heeft een betrokkene voldoende procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling over de rechtmatigheid van een besluit, als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. 4.2. Nu de gewijzigde beslissing op bezwaar ertoe leidt dat aan appellante gedurende de maximale termijn van 104 weken ziekengeld wordt verstrekt, heeft een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit voor appellante geen feitelijke betekenis. 4.3.

Appellante acht haar procesbelang tevens gelegen in de toekomstige WIA-aanvraag per einde wachttijd. 4.4. Eveneens naar vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 9 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP3990) kan het belang van een betrokkene bij een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van een besluit ook gelegen zijn in de omstandigheid dat het inhoudelijke oordeel van de Raad kan worden betrokken bij eventuele toekomstige – vergelijkbare – aanvragen van die betrokkene. Deze situatie doet zich hier echter niet voor nu van toekomstige vergelijkbare aanvragen geen sprake is.

De WIAbeoordeling per einde wachttijd dient te worden gebaseerd op een actueel medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij op basis van de op dat moment bij appellant vastgestelde beperkingen een nieuwe functieselectie zal dienen plaats te vinden. In die zin heeft een oordeel van de Raad over de nu aan de EZWb ten grondslag gelegde FML geen betekenis voor een toekomstige WIA-beoordeling. Verwezen wordt in dit verband naar de uitspraak van de Raad van 28 maart 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:995). 4.5. De overwegingen in 4.1 tot en met 4.4 leiden tot de conclusie dat het hoger beroep nietontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

5. Omdat het Uwv appellant na het instellen van beroep en hoger beroep tegemoet is gekomen, bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Uwv is in de aangevallen uitspraak al opgedragen de proceskosten en het betaalde griffierecht van de beroepsprocedure te vergoeden. De proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 875,- voor het indienen van het hoger beroepschrift. Tevens is er aanleiding te bepalen dat het Uwv het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.

6. Het verzoek om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen wordt verwezen naar de uitspraak van 25 januari 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958). BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente zoals hiervoor aangegeven; veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 875,-; bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 134,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van O.N. Haafkes als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2024. (getekend) E.J.J.M. Weyers (getekend) O.N. Haafkes