Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:2264 ECLI:NL:CRVB:2024:2264 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:2264 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:2264
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23/3392 WIA Datum uitspraak: 28 november 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75 en 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 november 2023, 23/350 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) [naam B.V.] te [vestiginsplaats] ( [naam B.V.] ) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. [naam B.V.] heeft een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2024:2264 · Centrale Raad van Beroep: [naam B.V.] heeft een verweerschrift ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
artikel 8:75 van de Awb
OVERWEGINGEN Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan, in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23/3392 WIA Datum uitspraak: 28 november 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75 en 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 november 2023, 23/350 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv) [naam B.V.] te [vestiginsplaats] ( [naam B.V.] ) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. [naam B.V.] heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 28 augustus 2024. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door Y. Huisman. Namens [naam B.V.] is [gemachtigde] verschenen, bijgestaan door mr. M.G. Hofman. Betrokkene is eveneens verschenen. Na de zitting heeft het Uwv het hoger beroep ingetrokken. Namens [naam B.V.] heeft mr. Hofman verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die [naam B.V.] in hoger beroep heeft gemaakt. Het Uwv heeft laten weten geen gebruik te maken van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.

Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan, in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Omdat het Uwv het hoger beroep heeft ingetrokken, bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die [naam B.V.] redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.312,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het verweerschrift en een 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,-).

De Raad merkt daarbij op dat voor het verschijnen ter zitting in de uitspraak op het incidenteel hoger beroep reeds een bedrag van € 437,50 aan [naam B.V.] is vergoed. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van [naam B.V.] tot een bedrag van € 1.312,50,-. Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers in tegenwoordigheid van A. Korver als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 november 2024. (getekend) E.J.J.M. Weyers (getekend) A.M. Korver