Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2024:116 ECLI:NL:CRVB:2024:116 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:116 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2024:116
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

223110 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 augustus 2022, 21/1267 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] , in leven laatstelijk wonend te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college) Datum uitspraak: 8 januari 2024 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. K.E.J. Dohmen, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2024:116 · Centrale Raad van Beroep: K.E.J. Dohmen, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

223110 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 augustus 2022, 21/1267 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] , in leven laatstelijk wonend te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college) Datum uitspraak: 8 januari 2024 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. K.E.J. Dohmen, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het college heeft een verweerschrift ingediend. Op 30 november 2023 heeft de advocaat van appellant de Raad laten weten dat appellant is overleden. De advocaat van appellant heeft daarbij gemeld dat er geen belanghebbende meer is en heeft de Raad verzocht het hoger beroep vanwege het ontbreken van een procesbelang niet-ontvankelijk te verklaren. OVERWEGINGEN 1. Appellant is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Dit brengt mee dat er geen procesbelang is bij een beoordeling van het hoger beroep.

Het hoger beroep zal om die reden kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2024. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) P.W.J. Hospel Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.