Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:791 ECLI:NL:CRVB:2023:791 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:791 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:791
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23505 ZW-VV Datum uitspraak: 26 april 2023 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 15 september 2022 (21/3550 ZW) heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 september 2021 (21/422) niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2023:791 · Centrale Raad van Beroep: Op grond van artikel 8:81 van de Awb, voor zover hier van belang, is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit). De Raad heeft inmiddels uitspraak gedaan op het hoger beroep van verzoekster. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald, en het verzet daartegen is ongegrond verklaard. Dat betekent dat niet (langer) is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het verzoek om een voorlopige voorziening is dan ook niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Awb
Op grond van artikel 8:81 van de Awb, voor zover hier van belang, is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23505 ZW-VV Datum uitspraak: 26 april 2023 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 15 september 2022 (21/3550 ZW) heeft de Raad het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 15 september 2021 (21/422) niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.

Verzoekster heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak. Bij uitspraak van 21 december 2022 (21/3550 ZW-V) heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen de uitspraak van 15 september 2022 ongegrond verklaard. Met een op 16 januari 2023 door de Raad ontvangen brief heeft verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. OVERWEGINGEN De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Op grond van artikel 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelezen in samenhang met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van artikel 8:81 van de Awb, voor zover hier van belang, is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit). De Raad heeft inmiddels uitspraak gedaan op het hoger beroep van verzoekster. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald, en het verzet daartegen is ongegrond verklaard. Dat betekent dat niet (langer) is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het verzoek om een voorlopige voorziening is dan ook niet-ontvankelijk, zodat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb buiten zitting uitspraak zal doen.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2023. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander (getekend) E.X.R. Yi