ECLI:NL:CRVB:2023:691 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generated204032 ZW-W3 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) Datum beslissing: 12 april 2023 PROCESVERLOOP Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 november 2020, 19/1785, in het geding tussen verzoeker en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. In dit geding heeft S.B. Smit-Colenbrander (behandelend rechter) als lid van de enkelvoudige kamer op 22 maart 2023 uitspraak gedaan. Op 25 maart 2023 heeft verzoeker een verzoek om wraking tegen de behandelend rechter ingediend. OVERWEGINGEN 1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Legislator headnote
AI generatedArtikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CRVB:2023:691 · Centrale Raad van Beroep: Artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
204032 ZW-W3 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) Datum beslissing: 12 april 2023 PROCESVERLOOP Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 november 2020, 19/1785, in het geding tussen verzoeker en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. In dit geding heeft S.B. Smit-Colenbrander (behandelend rechter) als lid van de enkelvoudige kamer op 22 maart 2023 uitspraak gedaan. Op 25 maart 2023 heeft verzoeker een verzoek om wraking tegen de behandelend rechter ingediend. OVERWEGINGEN 1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
3. In het voorliggende geval is op 22 maart 2023 in het openbaar uitspraak gedaan en is het verzoek ingediend op 25 maart 2023. Dat betekent dat het verzoek is gedaan nadat de uitspraak openbaar is gemaakt. De wrakingskamer zal het verzoek daarom niet in behandeling nemen.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat het verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen. Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en K.P.M. Jacobs en E.C.E. Marechal als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2023. De griffier De voorzitter (getekend) P.W.J. Hospel (getekend) E.J.M. Heijs