Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:636 ECLI:NL:CRVB:2023:636 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:636 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:636
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

222757 PW, 22/2758 PW-VV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2022, 22/2682 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om een voorlopige voorziening Partijen: [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college) Datum uitspraak: 21 maart 2023 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op [datum] 2022 is appellant overleden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:636 · Centrale Raad van Beroep: De Raad heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de Staatscourant van 5 december 2022 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten. Niemand heeft zich gemeld. Het college heeft desgevraagd verklaard niet gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb is gesloten. OVERWEGINGEN 1. De indiener van het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening, appellant, is overleden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

222757 PW, 22/2758 PW-VV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2022, 22/2682 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om een voorlopige voorziening Partijen: [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college) Datum uitspraak: 21 maart 2023 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op [datum] 2022 is appellant overleden.

De Raad heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de Staatscourant van 5 december 2022 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten. Niemand heeft zich gemeld. Het college heeft desgevraagd verklaard niet gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb is gesloten. OVERWEGINGEN 1. De indiener van het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening, appellant, is overleden.

Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.

2. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.

3. Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening te beoordelen. Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2023. (getekend) A.J. Schaap (getekend) M. Zwart