ECLI:NL:CRVB:2023:635 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generated222297 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 juli 2022, 22/3129 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college) Datum uitspraak: 21 maart 2023 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Op [datum] 2022 is appellant overleden. De Raad heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de Staatscourant van 5 december 2022 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten. Niemand heeft zich gemeld. Het college heeft desgevraagd verklaard niet gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb is gesloten. OVERWEGINGEN 1. De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2023:635 · Centrale Raad van Beroep: Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.
Full text
222297 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 juli 2022, 22/3129 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college) Datum uitspraak: 21 maart 2023 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Op [datum] 2022 is appellant overleden. De Raad heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de Staatscourant van 5 december 2022 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten. Niemand heeft zich gemeld. Het college heeft desgevraagd verklaard niet gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb is gesloten. OVERWEGINGEN 1. De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
2. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.
3. Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep te beoordelen. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2023. (getekend) A.J. Schaap (getekend) M. Zwart