Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:577 ECLI:NL:CRVB:2023:577 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:577 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:577
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

22/2089 WAO-VV-W2, 22/2567 WAO-VV-W2 Datum beslissing: 29 maart 2023 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 20 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2015 en 21 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1076. Verzoeker heeft daarbij verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. H.G. Rottier was daarbij de behandelend rechter.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2023:577 · Centrale Raad van Beroep: De Raad heeft dit verzoek bij brief van 15 maart 2023 afgewezen. Verzoeker heeft hierop met zijn brief van 15 maart 2023 te kennen gegeven dat hij de behandelend rechter zal wraken als Roeloffs niet zal worden opgeroepen voor de zitting. OVERWEGINGEN 1.1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 1.2. Artikel 8:18, vierde lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter in geval van misbruik kan bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. 1.3.

Keywords

AI generated
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:15 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
artikel 8:15 van de Awb
Dit betekent dat het verzoek geen wrakingsverzoek is in de zin van artikel 8:15 van de Awb.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2019:2015
174935 WAO Datum uitspraak: 20 juni 2019 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 mei 2017, 16/3028 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. A.F.M. den Hollander, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2019.
ECLI:NL:CRVB:2022:1076
202798 WAO, 20/2800 WAO, 20/2801 WAO, 20/2802 WAO, 20/2803 WAO Datum uitspraak: 21 april 2022 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid en 8:108, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2020, 20/821, 20/824, 20/825, 20/827 en 20/828 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 18 september 2020 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen.
ECLI:NL:CRVB:2023:413
22/2089 WAO-VV-W, 22/2567 WAO-VV-W Datum beslissing: 6 maart 2023 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 20 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2015, en 21 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1076. Verzoeker heeft daarbij verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. H.G. Rottier was daarbij de behandelend rechter.
ECLI:NL:CRVB:2021:2919
21/491 PW-W, 21/492 PW-W Datum beslissing: 23 november 2021 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 november 2020, 20/570 en 20/1728, in het geding tussen verzoeker en het Drechtstedenbestuur. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2021, met als behandelend rechters A.B.J. van der Ham, E.J.M. Heijs en J.L. Boxum. Verzoeker is verschenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22/2089 WAO-VV-W2, 22/2567 WAO-VV-W2 Datum beslissing: 29 maart 2023 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraken van de Raad van 20 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2015 en 21 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1076. Verzoeker heeft daarbij verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. H.G. Rottier was daarbij de behandelend rechter.

De behandelend rechter heeft besloten de door verzoeker meegebrachte deskundige, bedrijfsarts Roeloffs, niet te horen. Verzoeker heeft ter zitting een verzoek om wraking tegen de behandelend rechter ingediend. Bij brieven van 19 januari 2023, 30 januari 2023, 13 februari 2023 en 20 februari 2023 en op de zitting van 28 februari 2023 heeft verzoeker zijn verzoek nader toegelicht. De wrakingskamer van de Raad heeft het verzoek bij beslissing van 6 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:413, afgewezen. Verzoeker heeft op 10 maart 2023 opnieuw verzocht om Roeloffs te horen op zitting.

De Raad heeft dit verzoek bij brief van 15 maart 2023 afgewezen. Verzoeker heeft hierop met zijn brief van 15 maart 2023 te kennen gegeven dat hij de behandelend rechter zal wraken als Roeloffs niet zal worden opgeroepen voor de zitting. OVERWEGINGEN 1.1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 1.2. Artikel 8:18, vierde lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter in geval van misbruik kan bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. 1.3.

De artikelen 8:15 en 8:18 van de Awb zijn op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb op het hoger beroep van overeenkomstige toepassing. 2.1. Verzoeker voert aan dat bij weigeren van het oproepen van Roeloffs voor de zitting sprake is van rechtsbelemmeringen en dat hij dan de behandelend rechter wederom zal wraken. 2.2. De Raad stelt vast dat het verzoek van verzoeker een voorwaardelijk geformuleerd wrakingsverzoek betreft. De Awb voorziet niet in de mogelijkheid tot het doen van een voorwaardelijk wrakingsverzoek (zie de beslissing van 23 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2919).

Dit betekent dat het verzoek geen wrakingsverzoek is in de zin van artikel 8:15 van de Awb. Daarom kan het verzoek niet als wrakingsverzoek in behandeling worden genomen.

3. De wrakingskamer heeft in de beslissing van 6 maart 2023 geoordeeld dat de beslissing van de behandelend rechter om Roeloffs niet te horen niet kan leiden tot wraking. Doordat verzoeker heeft aangekondigd dat hij de behandelend rechter opnieuw zal wraken als Roeloffs niet zal worden gehoord op de zitting, heeft verzoeker blijk gegeven van misbruik van het wrakingsmiddel. De Raad ziet dan ook aanleiding om op grond van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb te bepalen dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking in de betrokken zaken niet in behandeling wordt genomen.

BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bepaalt dat het verzoek niet in behandeling wordt genomen; - bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van verzoeker in de betrokken zaken niet in behandeling wordt genomen. Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en E.C.E. Marechal en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2023. De griffier De voorzitter (getekend) R.L. Rijnen (getekend) E.J.M. Heijs Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep