Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:457 ECLI:NL:CRVB:2023:457 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:457 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:457
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

212281 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2021, 21/625 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant 1] en [appellant 2] te [woonplaats] (appellanten) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) Datum uitspraak: 7 maart 2023 Zitting heeft: K.M.P. Jacobs Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M. el Idrissi. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:457 · Centrale Raad van Beroep: De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust. De Raad voegt daar nog aan toe dat volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 15 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2051) ook onbekendheid met wettelijke regelgeving of een gebrek aan voorlichting van de zijde van het college niet leidt tot een bijzondere omstandigheid op grond waarvan afwijking van het uitgangspunt dat geen bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend, te rechtvaardigen is. Het hoger beroep slaagt dus niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2017:1121
15/4234 WWB Datum uitspraak: 21 maart 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 april 2015, 14/6858 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het dagelijks bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant (dagelijks bestuur) PROCESVERLOOP Als gevolg van een gemeentelijke regeling oefent het dagelijks bestuur sinds 1 januari 2015 de bevoegdheden in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB) uit die voordien werden uitgeoefend door het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal (college).
ECLI:NL:CRVB:2020:2835
18 5132 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Datum uitspraak: 10 november 2020 Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 augustus 2018, 18/808 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Losser (college) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. L. de Widt, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2020. Voor appellant is verschenen mr.
ECLI:NL:CRVB:2013:2051
12/372 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 7 december 2011, 10/9054 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te[woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. H. Ensing, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

212281 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2021, 21/625 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant 1] en [appellant 2] te [woonplaats] (appellanten) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) Datum uitspraak: 7 maart 2023 Zitting heeft: K.M.P. Jacobs Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M. el Idrissi. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr.

A. Zonneveld. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Het college heeft appellanten bijstand toegekend met ingang van de datum van melding, te weten 18 september 2020. Het college heeft geweigerd bijstand met terugwerkende kracht te verlenen per 1 januari 2010. Appellanten voeren aan dat bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend. Zij hebben daartoe, evenals in beroep, gesteld dat uit de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering blijkt dat appellant medische klachten heeft, dat hij de Nederlandse taal niet machtig is en bij gebreke van begeleiding er nooit op gewezen is dat hij recht heeft op aanvullende bijstand.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat van bijzondere omstandigheden geen sprake is. Het lag op de weg van appellanten om die omstandigheden aannemelijk te maken. Dat hebben zij volgens de rechtbank niet gedaan. De aard en ernst van de psychische klachten zijn niet onderbouwd, bijvoorbeeld met medische stukken. Voorts is niet onderbouwd dat appellanten niet eerder een aanvraag hadden kunnen indienen of dat zij geen hulp hebben kunnen inroepen.

Verder is volgens de rechtbank niet gebleken dat de door appellanten gestelde beperkte taalbeheersing ertoe heeft geleid dat zij niet in staat waren eerder een aanvraag in te dienen. De rechtbank verwijst daartoe naar de uitspraak van 21 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1121. Ten slotte is volgens de rechtbank het verkeren in bijstandbehoevende omstandigheden geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan bijstandverlening met terugwerkende kracht gerechtvaardigd is. De rechtbank verwijst daartoe naar vaste rechtspraak, bijvoorbeeld de uitspraak van 10 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2835.

De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust. De Raad voegt daar nog aan toe dat volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 15 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2051) ook onbekendheid met wettelijke regelgeving of een gebrek aan voorlichting van de zijde van het college niet leidt tot een bijzondere omstandigheid op grond waarvan afwijking van het uitgangspunt dat geen bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend, te rechtvaardigen is. Het hoger beroep slaagt dus niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) K.M.P. Jacobs