Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:33 ECLI:NL:CRVB:2023:33 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:33 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:33
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 10 januari 2023 22/1523 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2018, C/10/543665/ FA RK 18-690 (bestreden beschikking) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep instellen tegen: a. een uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, of artikel 8:67, eerste lid, van de rechtbank; b. een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de voorzieningenrechter van de rechtbank; c. een uitspraak van de rechtbank op een verzoek als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:33 · Centrale Raad van Beroep: De Raad stelt vast dat appellant hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank betreffende verhaal van bijstand. Deze beschikking is geen uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat daartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld bij de Raad. Nu de Raad kennelijk onbevoegd is om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, kan zonder verder onderzoek worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd; bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 10 januari 2023 22/1523 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 mei 2018, C/10/543665/ FA RK 18-690 (bestreden beschikking) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep instellen tegen: a. een uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, of artikel 8:67, eerste lid, van de rechtbank; b. een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de voorzieningenrechter van de rechtbank; c. een uitspraak van de rechtbank op een verzoek als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid.

De Raad stelt vast dat appellant hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank betreffende verhaal van bijstand. Deze beschikking is geen uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat daartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld bij de Raad. Nu de Raad kennelijk onbevoegd is om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, kan zonder verder onderzoek worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd; bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van J.E. Eikelenboom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023. (getekend) E.C.R. Schut (getekend) J.E. Eikelenboom Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.