Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:286 ECLI:NL:CRVB:2023:286 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:286 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:286
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 16 februari 2023 22/3011 AW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba van 17 augustus 2022, AUA2022H00058 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Gouverneur van Aruba (gouverneur) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld, door hem een verzoekschrift doorbreking van het rechtsmiddelenverbod ambtenarenrecht genoemd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:286 · Centrale Raad van Beroep: Hij heeft de Raad verzocht de aangevallen uitspraak te vernietigen, zodat de procedure bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba kan worden vervolgd. Daarover wordt het volgende overwogen. Appellant heeft een procedure in Aruba gevolgd op grond van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak en heeft vervolgens bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba. Op grond van artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hoger beroep worden ingesteld tegen de in dat artikellid vermelde uitspraken van de rechtbank.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 16 februari 2023 22/3011 AW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba van 17 augustus 2022, AUA2022H00058 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Gouverneur van Aruba (gouverneur) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld, door hem een verzoekschrift doorbreking van het rechtsmiddelenverbod ambtenarenrecht genoemd.

OVERWEGINGEN Op 7 maart 2022 heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba uitspraak gedaan in een geding tussen appellant en de gouverneur. Het door appellant tegen die uitspraak ingestelde beroep is bij de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij is overwogen dat appellant geen gronden heeft ingediend en evenmin om uitstel daarvoor heeft verzocht. Appellant heeft naar voren gebracht dat bij de totstandkoming van de aangevallen uitspraak fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en dat er daarom reden is om het appelverbod te doorbreken.

Hij heeft de Raad verzocht de aangevallen uitspraak te vernietigen, zodat de procedure bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba kan worden vervolgd. Daarover wordt het volgende overwogen. Appellant heeft een procedure in Aruba gevolgd op grond van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak en heeft vervolgens bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba. Op grond van artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hoger beroep worden ingesteld tegen de in dat artikellid vermelde uitspraken van de rechtbank.

In artikel 8:104, tweede lid, van de Awb is geregeld tegen welke uitspraken van de rechtbank geen hoger beroep openstaat. In een hogerberoepsprocedure naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba is in de Awb in het geheel niet voorzien. Aan de vraag of er reden is voor doorbreking van een uit de Awb volgend appelverbod kan daarom niet worden toegekomen. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellant wordt terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd; bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 274,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald. Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2023. (getekend) Y.

Sneevliet (getekend) P.W.J. Hospel Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - verklaart zich onbevoegd; - bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 274,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.

Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2023. Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.