Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CRVB:2023:27 ECLI:NL:CRVB:2023:27 AI generated

ECLI:NL:CRVB:2023:27 · Centrale Raad van Beroep

Case Number ECLI:NL:CRVB:2023:27
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Datum uitspraak: 10 januari 2023 20/3433 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2020, 20/2282 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. N. Talhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2022.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:CRVB:2023:27 · Centrale Raad van Beroep: N. Talhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2022.

Keywords

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
artikel 8:75 van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Datum uitspraak: 10 januari 2023 20/3433 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2020, 20/2282 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. N. Talhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2022.

Appellant is bijgestaan door mr. Talhaoui, beiden zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Verkerk. De Raad heeft het onderzoek op de zitting geschorst, teneinde het college in de gelegenheid te stellen nader medisch onderzoek te laten verrichten. Het college heeft op 29 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 13 mei 2022 heeft mr. Talhaoui namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen verweerschrift ingediend met betrekking tot het verzoek om vergoeding van proceskosten.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken, omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 29 april 2022 aan appellant is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.194,- in bezwaar, € 837,- in beroep en € 1.674,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.705,-. Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2023. (getekend) C.E.M. Marsé (getekend) D. van der Boom