ECLI:NL:CRVB:2023:2256 · Centrale Raad van Beroep
Legislator summary
AI generated22 2743 WLZ-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2022, 21/1826 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het CIZ Datum uitspraak: 24 november 2023 Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: L.C. van Bentum Op de zitting is niemand verschenen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. GRONDEN VAN DE BESLISSING In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CRVB:2023:2256 · Centrale Raad van Beroep: Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: L.C. van Bentum Op de zitting is niemand verschenen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. GRONDEN VAN DE BESLISSING In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Full text
22 2743 WLZ-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2022, 21/1826 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het CIZ Datum uitspraak: 24 november 2023 Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: L.C. van Bentum Op de zitting is niemand verschenen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. GRONDEN VAN DE BESLISSING In de uitspraak van 28 juni 2023 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellante heeft verzet gedaan. In het verzetschrift maakt appellante kenbaar dat zij, door zeer aangrijpende privéomstandigheden, vergeten is het griffierecht tijdig te betalen. Dit spijt haar enorm. De Raad is van mening dat appellante niet afdoende heeft onderbouwd dat het griffierecht niet tijdig betaald had kunnen worden. Appellante had hulp van een derde, bijvoorbeeld een mantelzorger, kunnen inschakelen. De Raad kan in dit geval niet anders dan oordelen dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat appellante niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Het te laat betaalde griffierecht zal worden teruggestort. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) L.C. van Bentum (getekend) J. C. Boeree